Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.9.2
3.9.2 Staats- en handelswetenschappen op de hbs-a 1923 en 1928
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977119:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Bolkestein, ’De ‘litt.-ekonomiese’ afdeling der H.B.S.’, Weekblad 4 november 1925, 10; vgl. Rapport van de Staatscommissie-Van Nierop (1918) over het economisch onderwijs.
KB van 15 maart 1923, Stb. 1923, nr. 75; Wet van 23 november 1923, Stb. 1923, nr. 528, voorafgegaan door KB van 13 november 1923, Stb. 1923, nr. 518, met de examenprogramma’s HBS-A; vgl. Bartels 1947, p. 83 en 1963, p. 79; zie voor lerarenpotentieel: J. Aalbers, ‘Opleiding en bevoegdheid der leeraren in Nederland’, De Gids 1923, p. 291 e.v.
KB van 23 november 1923, Stb. 1923, nr. 518; vgl. 3-, 4- en 5-jarige handelsdagscholen: Ministeriële regeling van 24 februari 1925, Stb. 1925, nr. 39.
Artikel 17 respectievelijk 21 MO.
Het Reglement van 21 december 1923, Stcrt.1923, nr. 249 kent voor staatsinrichting een mondeling examen (art. 5); vgl. Staatscommissie-Van Nierop, Rapport der Commissie inzake de wettelijke regeling van het onderwijs op economische grondslag, 1932, Kuiper & Oberman 1922, p. 188 e.v. en Sleumer 1938, p. 76-77, 81.
W. Sleumer 1938, p. 90.
G. Bolkestein, ’De litterair-economiese afdeling der H.B.S.’, Volksontwikkeling 1925, p. 1-12.
Het KB van 13 november 1923, Stb. 1923, nr. 518 maakt de inrichting van een hbs-a-afdeling aan de Rijks-hbsen en een a-afdeling én school aan de bijzondere hbsen mogelijk. Het Reglement is bij KB van 21 december 1923, Stb. 1923, nr. 16 vastgesteld. De Wet van 22 april 1937, Stb. 1937, nr. 320 regelt de wettelijke vastlegging van de hbs-a als school en afdeling; vgl. Sleumer 1938, p. 42 (Rotterdamse poging om afdeling B (handel. W)) in stand te houden en 125 e.v. (Ontwerp-De Visser met lyceum-c (hbs-a).
KB 13 november 1923, Stb. 1923, nr. 518 tot wijziging van KB 15 maart 1923, Stb, 1923, nr. 75.
J. Veldkamp, ’De Litterair-Economische H.B.S.’, Weekblad 1924, 20, p. 678-680.
KB van 21 december 1923, Stb. 1923, nr. 16.
M. Spaander, ’Litterair-economische scholen’, Weekblad 1925, 21, p. 739-740.
KB van 15 maart 1923, Stb. 1923, 75 bevat een minimumtabel voor de bijzondere hbs'en; vgl. H.J. Slijper, ‘Het programma der Lit. econ. Afd.’, Het Handelsonderwijs´ 1925 en ‘De H.B.S. A 5j’, Ibid., 1930.
KB van 3 mei 1928, Stb. 1928, nr. 141; Onderwijsraad, no. 8232,van 21 mei 1928: bericht op het schrijven van 25 april 1928, nr. 5352, afd. V.H.M.O. betreffende ontwerp-reglement eindexamens hbs-b tegen opneming van handelswetenschappen/recht als examenvak geen bezwaar, mits schriftelijk en mondeling examen i.a.v. deskundige; vgl. drie hbs-b in 1928/29 op het R.K. Lyceum SSmae Trinitatis te Haarlem de vakken: Godsdienstleer, Bijbel/Liturgie (Kerkgs), Stelkunde, Driehoeksmeting, Meetkunde, Mechanica, Natuurkunde, Scheikunde, Plant- en dierkunde, Staatsinrichting, Aardrijkskunde, Geschiedenis, Nederlandsch, Fransch, Engelsch, Hoogduitsch, Handteekenen, Lich. Oefeningen. Geen boekhouden/handelswetenschappen. Bij staatsinrichting is Vorstman in gebruik, en L. Yntema, ’De litterair-economische H.B.S’, Den Haag/Leiden: NLC 1928.
KB van 6 september 1934, Stb. 1934, nr. 171.
1923: literair-economische hbs: staats- en handelswetenschappen
Het Hervormingsplan uit 1903 van de A.V.M.O. stelt een literair-economische hbs-(a)-afdeling voor met een driejarige onderbouw en een driejarige a- en b-bovenbouw.1 Na verloop van tijd zijn voor de tweejarige hbs-bovenbouw in 1923 voor de rijksbekostiging verplichte lessentabellen voor de bijzondere hbsen vastgelegd.2 Ruim een half jaar later zijn naast de hbs-a-afdelingen 3 gemeentelijke hbs-a-scholen opgericht4, met meer uren voor de moderne talen en staats- en handelswetenschappen.5 De a-afdelingen zijn als school opgericht (artikel 21 MO), wat niet mogelijk is voor bijzondere hbsen, omdat artikel 45ter lid 6 MO tot 1923 hieraan in de weg staat.6 De vijfjarige rijkshbs is voortaan hbs-b met a-afdeling.7 Het streven is nu gericht op het stichten van hbs-a als school.8 Nu de uren voor de literair-economische vakken vastliggen, ten koste van wiskunde en natuurwetenschappen9, wijst docent Veldkamp vervolgens in 1924 op het waken voor ‘verwaarlozing van staats- en handelswetenschappen door de vele uren moderne talen en geschiedenis’.10
Het Examen- en Programmareglement 1923 met een minimumtabel voor hbs-a blijkt multi-interpretabel11, waardoor hbs'en-a ontstaan met veel lesuren voor literaire vakken en scholen met veel uren staats- en handelswetenschappen. Reden voor docent Spaander dit moment aan te grijpen om de focus hierop te richten.12 Deze verschillen acht de regering onwenselijk.13 In 1928 volgt een meer in economische dan literaire richting bijgestelde minimumtabel-hbs-a.14 Staatsinrichting heeft één uur in de derde klas en evenals staathuishoudkunde en de statistiek één uur in de vierde en vijfde klas.15