Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.10.3:8.10.3 Reikwijdte artikel 2:10 BW voor het groepshoofd
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.10.3
8.10.3 Reikwijdte artikel 2:10 BW voor het groepshoofd
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180385:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 2:9 BW is in beide gevallen als aanvullende grondslag beschikbaar voor de curator.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de omvang van de bestuurstaak van het groepshoofd – de concernleidingsplicht door het bestuur van het groepshoofd en de functie van de administratie als hulpmiddel voor het besturen en beheersen van de rechtspersoon en het afleggen van verantwoording daarover – kan worden afgeleid dat de administratie van het groepshoofd meer moet omvatten dan alleen de eigen vermogensbestanddelen en werkzaamheden en dat het niet voldoende is wanneer alleen de eigen rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
Om een zinvol hulpmiddel te zijn bij het besturen, beheersen en doen functioneren van de groep en daarover verantwoording te kunnen afleggen, zal de administratie van het groepshoofd ook voldoende inzicht moeten geven in de vermogenspositie en werkzaamheden van de groepsmaatschappijen en moet het groepshoofd uit de eigen administratie inzicht kunnen hebben in de rechten en verplichtingen van de groep. Zonder dat inzicht kan het groepshoofd de concernleidingplicht niet uitoefenen en kan de groep als zodanig niet adequaat worden bestuurd.
Uitgaande van dit doel van de administratie bij een groep, moet vervolgens worden onderzocht in hoeverre het verkrijgen van inzicht in de vermogensbestanddelen en werkzaamheden van de groepsmaatschappijen om de rechten en verplichtingen van de groepsmaatschappijen als groepshoofd te kunnen kennen, inpasbaar is in de huidige tekst van artikel 2:10 BW. Dat is onder meer relevant voor een curator die het bestuur van een groepshoofd aansprakelijk wil stellen voor het onvoldoende inzicht hebben in de vermogensbestanddelen, werkzaamheden en rechten en verplichtingen van de groepsmaatschappijen. Wanneer dit inpasbaar is in artikel 2:10 BW, kan het bestuur aansprakelijk worden gesteld op grond van 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW. Indien dit niet het geval is, rest voor de curator een aansprakelijkstelling op grond van artikel 2:138 lid 1/2:248 lid 1 BW.1
8.10.3.1 Vermogenstoestand8.10.3.2 Alles betreffende de werkzaamheden van de rechtspersoon8.10.3.3 Obligo-administratie