Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel
Einde inhoudsopgave
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.2.e:6.6.2.e De duur van de beperkende maatregel
Het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel (FM nr. 170) 2021/6.6.2.e
6.6.2.e De duur van de beperkende maatregel
Documentgegevens:
Anneke Els Keulemans, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
Anneke Els Keulemans
- JCDI
JCDI:ADS362871:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Beroepsfase
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Europees belastingrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naast omstandigheden die zien op het doel van de beperkende maatregel, dus op het begingewicht van het met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginsel, zijn er ook omstandigheden die zien op de vormgeving van de beperkende maatregel die van invloed zijn op het gewicht om te willen voldoen aan het met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginsel. Omstandigheden die zien op de vormgeving van de beperkende maatregel zijn de duur, de efficiëntie, de reikwijdte en de kosten van de beperkende maatregel.1
De duur van de beperkende maatregel kwam bijvoorbeeld aan de orde in de zaak Scarlet Extended, waarin ter voorkoming van een inbreuk op het recht van bescherming van intellectueel eigendom inbreuk wordt gemaakt op het recht van privacy, vrijheid van meningsuiting en het recht op uitoefening van de onderneming van Scarlet.2 De beperkende maatregel houdt onder andere in dat toezicht wordt gehouden op alle elektronische communicatie die op het netwerk van Scarlet wordt verricht. Dit toezicht is onbeperkt in de tijd, ziet op iedere toekomstige inbreuk en veronderstelt dat niet alleen bestaande werken worden beschermd, maar ook toekomstige werken die nog niet zijn gecreëerd. Het Hof van Justitie kwalificeert deze beperking vanwege de duur als een ernstige beperking van de vrijheid van ondernemerschap van de betrokken internetprovider. Uiteindelijk vindt het Hof van Justitie mede vanwege de onbeperkte duur van de maatregel, de maatregel onevenredig.
Dat de duur van de beperkende maatregel van belang is, blijkt ook uit de zaak Schmidberger.3 Schmidberger verzocht een schadevergoeding, omdat de Brennerpas vanwege een toegestane demonstratie niet bruikbaar was. Het beginsel van vrij verkeer van goederen moest concurreren met de vrijheid van meningsuiting en vergadering. Het Hof van Justitie somde een aantal omstandigheden op waarom de beperking op het vrije verkeer van goederen evenredig was in het licht van bescherming van de grondrechten. Hierbij werd van belang geacht dat de demonstratie plaatsvond op één route, het één gelegenheid betrof gedurende een beperkte periode en de beperking dus beperkt was in duur, de geografische omvang en ernst. Een toenemende duur van een beperkende maatregel heeft een verlichtend effect op het gewicht te voldoen aan het met het kenbaarmakingsbeginsel concurrerende beginsel.