Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/7.3.1
7.3.1 Niet opnieuw debat over vrijheidsbenemende dwangmiddelen
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS616714:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Herhaald in HR 5 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD7794 (strafvermindering bepleit ex art. 359a Sv omdat inverzekeringstelling was bevolen na ommekomst van de wettelijke termijn).
Zie HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533, NJ 2004/376 m.nt. Buruma.
Zie HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD4307 (bij hof niet-ontvankelijkverklaring OM bepleit, omdat OvJ na afwijzing van de inbewaringstelling een tweede vordering inbewaringstelling had gedaan – nu met succes – zonder dat het dossier tussentijds inhoudelijk was veranderd. HR oordeelde dat dit verweer gevoerd had kunnen worden bij het in art. 63, lid 3, Sv bedoelde verhoor van verdachte door RC en dat tegen bevel bewaring RC en de daarin besloten liggende verwerping van tegen die vordering aangevoerde bezwaren, geen hogere voorziening open staat. Op fouten of gebreken die aan de vordering tot bewaring kleven, die aan RC hadden kunnen worden voorgelegd, kan niet opnieuw of alsnog bij de zittingsrechter een beroep worden gedaan).
Zie HR 22 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO8320, NJ 2004/561 m.nt. Mevis.
In het eerste arrest over het gesloten stelsel in relatie tot art. 359a Sv, HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1566, NJ 2001/587 m.nt. Reijntjes, verzocht de verdediging in hoger beroep de verdachte in de strafmaat compensatie te bieden voor gestelde vormfouten die inhielden dat (a) de verdachte bij aanhouding buiten heterdaad niet de reden daarvan was meegedeeld in een taal die hij verstond, (b) het bevel inverzekeringstelling niet was gesteld in een voor de verdachte begrijpelijke taal, (c) in het bevel inverzekeringstelling de grond daarvoor niet was opgenomen, welk verzuim in het proces-verbaal was hersteld, (d) het bevel verlenging inverzekeringstelling voor de grond daarvoor verwees naar het bevel inverzekeringstelling. Volgens de verdediging maakten deze vormfouten de aanhouding, de inverzekeringstelling en de verlenging inverzekeringstelling onrechtmatig.
De Hoge Raad oordeelde ten aanzien van de gestelde verzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling, dat ‘dergelijke verzuimen’ aan de orde kunnen worden gesteld bij het verhoor door de RC naar aanleiding van het verzoek van de OvJ als bedoeld in art. 59a, tweede lid, Sv en/of een verzoek van de verdachte om invrijheidstelling. Tegen het oordeel van de RC dat het verleende bevel tot inverzekeringstelling niet onrechtmatig is en/of dat er geen gronden zijn het verzoek van de verdachte in te willigen, staat geen hogere voorziening open. Aldus de Hoge Raad zou het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken op onaanvaardbare wijze worden doorkruist indien bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting opnieuw of alsnog beroep zou kunnen worden gedaan op verzuimen bij de aanhouding en inverzekeringstelling die aan de RC zijn of hadden kunnen worden voorgelegd. De gestelde vormverzuimen zijn daarom niet begrepen onder de in art. 359a, eerste lid, Sv bedoelde vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek. 1
Het standaardarrest over art. 359a Sv verduidelijkte – allicht mede in reactie op de vragen die zijn gerezen na de eerste arresten – dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen slechts een beroep ter terechtzitting verhindert voor een beperkte categorie vormverzuimen. Gepreciseerd werd dat het gesloten karakter van dit stelsel alleen eraan in de weg staat ter terechtzitting een beroep te doen op vormverzuimen:
die betrekking hebben op bevelen inzake de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen,
die kunnen worden voorgelegd aan de RC in het kader van de toetsing van (de voortduring van) de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen; en
waaraan de RC een rechtsgevolg kan verbinden ten aanzien van de voortzetting van de vrijheidsbeneming.2
Nog voor het standaardarrest had de Hoge Raad al dezelfde benadering gekozen ten aanzien van verweren ter terechtzitting met betrekking tot de bewaring. 3 Na het standaardarrest werd die benadering ook toegepast op verweren met betrekking tot de gevangenhouding.4 De beperking die het gesloten stelsel van rechtsmiddelen stelt aan de mogelijkheid ter terechtzitting over vormfouten te klagen, heeft dus niet alleen betrekking op de toetsing van de toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen door de RC, maar ook door de raadkamer.