Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.2.2.4.3
4.2.2.2.4.3 Wanneer niet gemakkelijk te demonteren of te verplaatsen?
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291600:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een bijzondere situatie waarin een chalet niet gemakkelijk te verplaatsen was: Hof ’s Hertogenbosch 9 november 2018, nr. 17/00647, V-N 2019/8.1.2 en de toelichting op de intrekking van het beroep in cassatie van 7 februari 2019, nr. 2019-0000016727. In deze zaak was het chalet geplaatst op een fundering van houten balken. Aan de onderrand van het chalet was een houten bekisting geplaatst, die aan het chalet en de houten fundering was vastgemaakt. Tegen die houten bekisting was rondom ongeveer 30 m3 grond gestort. Daarnaast was de ruimte rondom het chalet bestraat. Om het chalet te kunnen verplaatsen zou de bestrating verwijderd en de grond afgegraven moeten worden. Daarnaast stond in deze zaak vast dat hij het verplaatsen van deze zaak het risico bestond dat het chalet uiteen zou vallen.
HvJ EG 16 januari 2003, zaak C-315/00, BNB 2003/123, m.nt. Van Kesteren, r.o. 31 en 32 (Maierhofer). Deze voorbeelden komen niet uit de lucht vallen. In HvJ EG 3 juli 1997, zaak C-60/96, V-N 1997/3632, 46 (Commissie/Frankrijk) was niet in geschil dat (sta)caravans en tenten roerende goederen zijn (zie r.o. 12). Uit deze inbreukprocedure valt niet af te leiden of de Europese Commissie de visie van Frankrijk deelde dat chalets die ‘werkelijk vaste installaties zijn en ingericht en bestemd zijn voor bewoning’ onroerende goederen zijn. In het Maierhofer-arrest bevestigt het Hof van Justitie niet alleen dat (sta)caravans en tenten roerende goederen zijn, maar oordeelt het ook dat chalets vanwege hun gemakkelijke verplaatsbaarheid roerende goederen zijn.
HvJ EG 16 januari 2003, zaak C-315/00, BNB 2003/123, m.nt. Van Kesteren, r.o. 32 (Maierhofer).
In gelijke zin: P. Berkhuizen en J.C. van Straaten, ‘Wanneer onroerend voor de overdrachtsbelasting en wanneer voor de omzetbelasting?’, FBN 2019/19, p. 11.
HvJ EU 15 november 2012, zaak C-532/11, V-N 2012/61.16, r.o. 23 (Leichenich).
Toelichting van de Europese Commissie van 26 oktober 2015 op de EU-btw-regels betreffende de plaats van een dienst voor diensten met betrekking tot onroerend goed die in 2017 in werking treden, p. 22.
P. Berkhuizen, ‘Voor de kwalificatie van opstallen als onroerend bestaat in de btw (te) weinig houvast’, WFR 2019/220, p. 1341.
HvJ EU 28 februari 2019, zaak C-278/18, V-N 2019/17.11, r.o. 23 (Sequeira Mesquita). In gelijke zin: P. Berkhuizen, ‘Voor de kwalificatie van opstallen als onroerend bestaat in de btw (te) weinig houvast’, WFR 2019/220, p. 1340.
Van een vaste verbondenheid met de grond is sprake indien de met de grond verbonden constructie niet gemakkelijk te demonteren of gemakkelijk te verplaatsen is. Mobiele constructies, zoals (sta)caravans en sommige woonwagens, en gemakkelijk te demonteren of gemakkelijk te verplaatsen constructies, zoals tenten en chalets1, zijn naar het oordeel van het Hof van Justitie daarom roerend.2 Wanneer (immobiele) constructies gemakkelijk te demonteren of te verplaatsen zijn heeft het Hof van Justitie niet in het algemeen aangegeven. Dit zal de nationale rechter aan de hand van alle relevante feiten per geval moeten beoordelen. Wat het Hof van Justitie wel duidelijk heeft gemaakt, is dat van gemakkelijke demonteerbaarheid of verplaatsbaarheid geen sprake is indien er 80 mandagen nodig zijn om een (één of twee verdiepingen tellend) prefabgebouw, rustend op betonsokkels die zijn geplaatst op een in de grond aangebrachte betonnen fundering, te demonteren voor hergebruik.3 Hieruit volgt naar mijn mening niet dat van een vast met de grond verbonden constructie pas sprake is indien het demonteren en verplaatsen ten minste 80 mandagen in beslag neemt, maar dat van vaste verbondenheid met de grond in ieder geval sprake is indien het demonteren en het verplaatsen van het desbetreffende gebouw 80 mandagen in beslag neemt.4
In het Leichenich-arrest5 heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit de verwijzingsbeslissing blijkt dat de voorzieningen om de woonboot op zijn plaats te houden niet gemakkelijk, te weten niet zonder inspanningen en zonder aanzienlijke kosten kunnen worden verwijderd. De Europese Commissie leest hierin een nadere invulling van het Maierhofer-criterium die inhoudt dat een constructie vast met de grond verbonden is indien zij niet zonder inspanningen (het fysieke criterium) en aanzienlijke kosten (het economische criterium) te verwijderen is.6 Anders gezegd: het demonteren of verplaatsen van de constructie gaat niet gemakkelijk indien het moeite en veel geld kost. Naar mijn mening is echter geen sprake van een rechtsopvatting van het Hof van Justitie, maar van een feit. Het Hof verwijst voor de aanzienlijke kosten en inspanningen die nodig zijn voor het verplaatsen van de woonboot naar de feitenvaststelling in de verwijzingsbeslissing.7 De lezing die de Europese Commissie voorstaat zou naar mijn mening ook niet logisch zijn. Uit het Maierhofer-arrest volgt dat een constructie vast met de grond verbonden is indien er 80 mandagen nodig zijn voor de demontage van constructies voor hergebruik. Dit laat zien dat het Hof van Justitie van doorslaggevend belang heeft geacht dat de verplaatsings- of verwijderings inspanning aanzienlijk is. Omdat uit r.o. 23 van het Leichenich-arrest blijkt dat het Hof van Justitie niet afwijkt maar verwijst naar het Maierhofer-arrest, ligt het naar mijn mening niet voor de hand om in het Leichenich-arrest te lezen dat inspanningen – het bijvoeglijk naamwoord aanzienlijke ontbreekt – en aanzienlijke kosten volstaan. Ook uit het Sequeira Mesquita-arrest, dat is gewezen ná het Leichenich-arrest, is af te leiden dat in het Leichenich-arrest geen nadere invulling van het Maierhofer-criterium gelezen moet worden.8 In dit arrest refereert het Hof van Justitie uitsluitend aan het Maierhofer-criterium.
4.2.2.2.4.3.1 Voorbeelden (niet) vast met de grond verbonden constructies