Einde inhoudsopgave
Op zoek naar de heilige graal (FM nr. 174) 2022/6.11.2
6.11.2 Te publiceren gegevens
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef, datum 01-12-2021
- Datum
01-12-2021
- Auteur
Dr. mr. M. Tydeman-Yousef
- JCDI
JCDI:ADS633647:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Persoonsgebonden aftrek
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Dit is het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer. Dit nummer wordt gebruikt om gegevens uit te wisselen met andere (overheids)organisaties, zoals de Belastingdienst.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 4.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 5, 6.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 6.
Het wetsvoorstel Transparantie maatschappelijke organisaties geldt niet voor commerciële stichtingen, die onder titel 9 Boek 2 BW vallen en dus al verplicht hun jaarrekening in het Handelsregister openbaar te maken. Ook stichtingen waarvoor op basis van sectorspecifieke regelgeving een publicatieplicht geldt, zijn uitgezonderd in dit wetsvoorstel. Omdat de overige stichtingen geen verplicht intern toezicht of extern verantwoordingsmechanisme hebben, bevat dit wetsvoorstel een deponeringsplicht voor deze groep om misbruik van financieel-economische aard tegen te gaan. Zie hierover Kamerstukken II 2020/21, 35646, nr. 3, p. 16, 17.
Verenigingen kennen namelijk wel een intern toezicht, dat door leden wordt uitgeoefend.
Wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 van 12 juli 2013, Stcrt. 2013, 20451, p. 5.
Van Bakel 2013, par. 2.3.4.
Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG, artikel 9 lid 1.
De publicatieplicht betreft de volgende gegevens (art. 1a, lid 7 Uitv.reg. AWR 1994): naam van de instelling; het door de KvK toegekende unieke nummer (het RSIN,1 artikel 12, onderdeel a Hregw) of in het geval van een buitenlandse instelling het door de Nederlandse Belastingdienst verstrekte FIN; het post- of bezoekadres, dan wel het telefoonnummer, dan wel het e-mailadres van de instelling; de statutaire doelstelling; de hoofdlijnen van het actuele beleidsplan, bestuurderssamenstelling, het beloningsbeleid en de namen van de bestuurders; een actueel verslag van de uitgeoefende activiteiten(en) van de instelling; en de balans en de staat van baten en lasten met toelichting.
Wat betreft de contactgegevens merkt de toelichting op dat het in bepaalde gevallen niet wenselijk is dat het vestigingsadres van de instelling openbaar is, zoals wanneer een anbi vanuit de privéwoning wordt bestuurd.2 Ook mogen contactgegevens van kerkgenootschappen en hun zelfstandige onderdelen op grond van de privacywetgeving niet herleidbaar zijn tot natuurlijke personen, omdat daarmee de geloofsovertuiging van die personen bekend zou worden gemaakt. Daarom kan volgens de toelichting in zulke gevallen ook volstaan worden met een postbusnummer in plaats van een bezoekadres. Een e-mailadres zou ook uitkomst bieden.
De instelling moet telkens binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten, met toelichting openbaar maken (art. 1a, lid 7, onder h en lid 9 Uitv.reg. AWR 1994). Een uitzondering wordt gemaakt voor zuivere vermogensfondsen3 en kerkgenootschappen, met inbegrip van hun zelfstandige onderdelen en lichamen waarin zij zijn verenigd. Deze instellingen richten volgens de staatssecretaris hun fondswervende activiteiten namelijk hoofdzakelijk op hun leden en werven niet actief geld of goederen onder derden.4 Zij kunnen daarom volstaan met een (verkorte) staat van baten en lasten en een financieel overzicht van de daadwerkelijke bestedingen per rubriek of thema. Ook een overzicht van de voorgenomen bestedingen met een toelichting daarop is vereist. Deze instellingen hoeven geen balans te publiceren. Anbi’s met de rechtsvorm stichting en vereniging zijn civielrechtelijk verplicht om een balans en een staat van baten en lasten op te maken. Wel merkt de toelichting op dat de balans al naar gelang van de aard en omvang van de anbi kan worden vormgegeven.5 Het wetsvoorstel transparantie maatschappelijke organisaties6 schrijft in een nieuw artikel 2:229b BW voor dat bepaalde7 stichtingen een balans en staat van baten en lasten deponeren bij het Handelsregister, maar deze stukken zijn alleen toegankelijk voor enkele toezichts- en handhavingsinstanties van de overheid. Het wetsvoorstel bevat geen deponeringsplicht voor verenigingen.8
Op grond van de anbi-regeling moeten deze anbi’s hun balans en een staat van baten en lasten publiceren. Dit laat zien dat rsli’s met de rechtsvorm kerkgenootschap anders worden behandeld dan overige rsli’s (en andere anbi’s), die de rechtsvorm vereniging en stichting hanteren. De enige onderbouwing die de staatssecretaris voor deze ongelijke behandeling geeft, is dat rsli’s met de rechtsvorm kerkgenootschap hun fondswervende activiteiten voornamelijk op hun leden richten. Dit wordt verder niet ondersteund met empirisch onderzoek. Bovendien is het de vraag of er niet ook andere anbi’s zijn die hun fondswerving op leden richten, bijvoorbeeld religieuze anbi’s met een andere rechtsvorm. De motivering van de staatssecretaris vind ik een te magere onderbouwing voor een objectieve rechtvaardiging van een ongelijke behandeling.
De civielrechtelijke plicht voor anbi’s met de rechtsvorm stichting en vereniging tot financiële verslaggeving bestaat op grond van artikel 2:10, lid 2 BW. Hierin staat dat het bestuur van een rechtspersoon verplicht is jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boek jaar de balans en de staat van baten en lasten van de rechtspersoon te maken en op papier te stellen. Op grond van artikel 2:2, lid 2 BW geldt artikel 2:10, lid 2 BW niet voor de rechtsvorm kerkgenootschap, terwijl overeenkomstige toepassing van artikel 2:10, lid 2 BW wel is geoorloofd, voor zover deze is te verenigen met het statuut van het kerkgenootschap en met de aard der onderlinge verhoudingen.
Zoals hiervoor al opgemerkt moet een instelling ook de bestuurssamenstelling, het beloningsbeleid van de instelling en de namen van de bestuurders openbaren. Het beloningsbeleid doelt niet alleen op de beloning van bestuurders maar ook die van het personeel van de anbi.9 De toelichting kent geen uitzondering voor anbi’s met slechts een of enkele personeelsleden, waarbij die gegevens makkelijk herleidbaar zouden zijn tot die paar personen. Van Bakel vraagt zich daarom af of publicatie van beloning in die situatie strijd zou kunnen opleveren met privacywetgeving.10 Beloning behoort echter niet tot de bijzondere categorie persoonsgegevens zoals geloofsovertuiging, waarvoor speciale privacybeschermingsregels gelden.11