Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.4.10
II.4.10 Recente visies
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS284938:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Een team van Leidse wetenschappers onderzocht in een rapport genaamd De Nederlandse Grondwet geëvalueerd: anker- of verdwijnpunt? de juridische, politieke en maatschappelijke betekenis van de Grondwet van 1983. Zij stelden dat met de Grondwet van 1983 een aantal manifeste doelen gerealiseerd zijn (zoals historische continuïteit en stabiliteit in de zin van versterking of handhaving van bijv. klassieke grondrechten, het representatieve stelsel, etc.).De zogenaamde latente functies van de Grondwet (de normatieve functie en de maatschappelijke functie) achtten de Leidenaren minder duidelijk aanwezig. In dat opzicht zien we in dit rapport een relativering van de Grondwet, onder verwijzing naar het sobere en open karakter van de Grondwet en de sterke ontwikkeling van het internationaal recht. Een stabiliserende functie dichtten de Leidenaren de Grondwet dus nog wel toe. Barkhuysen, Van Emmerik & Voermans e.a. 2009, p. 107-111.
Kortmann 2016, p. 86; Elders omschrijft Kortmann de Grondwet als een complex van basale rechtsregels, die sterk historisch en ‘logisch’ van aard is, zie: Kortmann, RegelMaat 2002/3, p. 75-76.
Wet van 9 maart 2018, Stb. 2018, 86. Zie in het verlengde hiervan ook: Eindrapport Staatscommissie-Thomassen 2010, p. 21 e.v.
De algemene bepaling geeft geen formele begrenzing aan de bevoegdheid om de Grondwet te herzien. Het is nog steeds mogelijk om de Grondwet te herzien, ook waar het gaat om bepalingen met betrekking tot de grondrechten en de democratische rechtsstaat. In de toelichting staat dan ook dat besluitvorming over grondwetsherzieningen over wordt gelaten aan politieke besluitvorming. De algemene bepaling beoogt wel de marges aan te geven waarbinnen de alternatieven ter invulling van het constitutionele bestel materieel toelaatbaar zijn. In dat opzicht verwijst de toelichting vooral naar het EVRM en het Unierecht, zie: Kamerstukken II 2015/16, 34516, nr. 3, p. 8.
Later verkondigden staatsrechtgeleerden nauwelijks duidelijk afwijkende visies op de Grondwet.1 Kortmann beschouwde de Grondwet bijvoorbeeld als het basisdocument van het Nederlandse constitutionele recht.2 In dat opzicht sluit hij aan bij de inzet van de grondwetgever van 1983. Het meest recent is een voorstel uit maart 2018 omtrent de zogenaamde algemene bepaling. Dit voorstel poogt de Grondwet in een interpretatief kader te plaatsen. De herzieningsprocedure bij dit voorstel is momenteel in eerste lezing afgerond. De verklaringswet geeft de volgende bepaling ter overweging:
‘De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.’3
In de toelichting bij dit voorstel staat:
‘De democratie en de rechtsstaat liggen als kernbeginselen tezamen met de grondrechten ten grondslag aan onze Grondwet. Zij zijn gerijpt in een constitutioneel bestel dat zich in de loop van de tijd heeft ontwikkeld en in de Grondwet op samenhangende wijze zijn neerslag heeft gekregen. Voor ons huidige staatsbestel zijn zij dusdanig van belang geworden, dat ze als de grondvesten van onze staat beschouwd kunnen worden.’4
Deze passage onderstreept het beeld van de Grondwet als een basiswet en haar waarborgende functie. Die wet verankert en beschermt de essentialia van het staatsbestel met de rechtsstaat en de democratie als kernbeginselen.5 Momenteel ligt het voorstel ter behandeling in tweede lezing.