Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/10.6.3
10.6.3 Wetshistorische en wetsystematische analyse: maatstaf is gebaseerd op gedachte dat bestuurder moet kunnen ondernemen
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS348503:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
De stelling van Timmerman 2016, voetnoot 20, dat het maatschappelijk en economisch gewicht van de rechtspersoon is toegenomen, hetgeen een reden zou vormen tot een meer terughoudende toetsing wegens primaire aansprakelijkheid van de rechtspersoon, geldt evengoed voor al deze personen/samenwerkingsverbanden.
Tekenend in dit verband is dat, waar het gaat om de aansprakelijkheid jegens derden, Overes schrijft dat de toetsing plaatsvindt “langs de maatstaven zoals die tot ontwikkeling zijn gekomen in de jurisprudentie ten aanzien van bestuurders van NV’s en BV’s” en dat Overes in dat verband verwijst naar de arresten Beklamel en Ontvanger/Roelofsen. Zie: Overes 2015, p. 522, voetnoot 53.
Welk ‘maatschappelijk’ belang de Hoge Raad op het oog zou hebben, licht de Hoge Raad niet toe, maar gelet op de verwijzing naar Willemsen/NOM mag aangenomen worden dat de Hoge Raad bedoelt het belang dat een bestuurder moet kunnen ondernemen.
Bron: resultaten van een in opdracht van de auteur uitgevoerd onderzoek door de Kamer van Koophandel per 15 februari 2017. Hierbij zij opgemerkt dat geen verplichting bestaat voor rechtsvormen om het aantal werkzame personen op te geven en bij te houden zodat de hierin genoemde getallen indicatief zijn (12.138 eenmanszaken melden bijvoorbeeld nul werkzame personen te hebben, hetgeen gelet op de aard van de eenmanszaak niet logisch lijkt). Uit gegevens van het Centraal Planbureau voor de Statistiek blijkt evenwel dat de beroepsbevolking eind 2016 uit ca. 8,8 miljoen natuurlijk personen bestond, waartoe ca. 915.000 ambtenaren en ca. 500.000 werklozen behoorden. Indien men deze getallen (915.000 en 500.000) optelt bij het totaal aantal werkzame personen zoals blijkt uit bovenstaande tabel, dan komt men uit op een totaal van ca. 8,8 miljoen. Aangezien deze cijfers overeenkomen met de door het CBS genoemde cijfers, geven de cijfers afkomstig van de Kamer van Koophandel een goed beeld van de verdeling van de beroepsbevolking over de verschillende rechtsvormen in Nederland.
Waarvan ca. 1.100.000 zelfstandig ondernemers via hun eenmanszaak.
De tabel geeft overigens een vertekend beeld over de grootte van de genoemde rechtsvormen. Uit de cijfers van de Kamer van Koophandel blijkt dat bij meer dan 10% van de eenmanszaken bijvoorbeeld twee of meer natuurlijk personen zijn betrokken. Bij duizenden eenmanszaken zijn meer dan twee personen betrokken. Bij honderden eenmanszaken zijn tussen de 20 en de 50 werkzame personen betrokken. Bij sommige eenmanszaken zijn honderden werkzame personen betrokken.
Zoals hiervoor in par. 5.3.10 uiteengezet, heeft het leerstuk van interne bestuurdersaansprakelijkheid zich zowel in de wetsgeschiedenis als in de literatuur met name ontwikkeld met het oog op kapitaalvennootschappen, commerciële verenigingen en commerciële stichtingen (die per definitie een onderneming drijven), maar niet met het oog op rechtspersonen in het algemeen (die niet per se steeds een onderneming drijven). Ik heb hiervoor in par. 5.3.10 in dat verband uiteengezet dat de door de Hoge Raad in Willemsen/NOM gegeven rechtvaardiging voor de ernstigverwijtmaatstaf, te weten dat een belang bestaat dat bestuurders hun handelen niet in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen, is terug te voeren op deze wetsgeschiedenis en literatuur, maar dat deze rechtvaardiging voor rechtspersonen die geen onderneming drijven niet goed te verdedigen is.
Ook het leerstuk van externe bestuurdersaansprakelijkheid ex art. 6:162 BW heeft zich met name ontwikkeld in de jurisprudentie ten aanzien van bestuurders van kapitaalvennootschappen.1 De hiervoor uiteengezette rechtvaardiging voor de maatstaf bij interne aansprakelijkheid is voorts herhaald als rechtvaardiging voor de maatstaf bij externe aansprakelijkheid. Er zou zelfs een maatschappelijk belang bestaan dat bestuurders hun handelen niet in onwenselijke mate door defensieve overwegingen laten bepalen (Hezemans Air en RCI Kastrop). Maar voor externe bestuurdersaansprakelijkheid geldt hetzelfde als wat ik hiervoor in par. 5.3.10 heb uiteengezet voor interne bestuurdersaansprakelijkheid. Veel rechtspersonen drijven geen onderneming en ten aanzien van deze rechtspersonen kan moeilijk verdedigd worden dat de door de Hoge Raad in Hezemans Air en RCI/Kastrop gegeven rechtvaardiging voor het hanteren van de ernstigverwijtmaatstaf opgaat.2 Deze rechtvaardiging zal immers niet dragend, laat staan relevant zijn voor rechtspersonen die geen onderneming drijven.
Dan is er nog iets, want niet alleen rechtspersonen drijven een onderneming. In dit verband is hierna een cijfermatig overzicht opgenomen van de hoeveelheid en soorten rechtsvormen die wij in Nederland kennen.3
Rechtsvorm
Aantal
Aantal werknemers
Rechtspersonen gericht op winst
Besloten vennootschappen
917.019
4.325.127
(Europese) naamloze vennootschappen
4.235
218.552
Buitenlandse (op) EG-vennootschappen (lijkende vennootschappen) met onderneming/ hoofdvestiging in Nederland
7.539
196.506
Europees economisch samenwerkingsverband
54
84
Commanditaire vennootschappen
10.090
30.904
Onderlinge Waarborgmaatschappijen
279
3.730
Subtotaal
939.216
4.774.903
Rechtspersonen met ander/bijzonder doel
Stichtingen
216.412
354.150
Verenigingen
234.812
86.230
Kerkgenootschappen
1.443
754
Publiekrechtelijke rechtspersonen
985
82.968
Andere privaatrechtelijke rechtspersonen
86
0
Subtotaal
453.738
524.102
Andere rechtsvormen gericht op winst
Eenmanszaken
1.085.079
1.320.313
Vennootschappen onder firma
171.730
572.933
Maatschappen
35.457
135.454
Coöperaties
8.284
59.697
Rederijen
100
59
Subtotaal
1.300.650
2.088.456
Rechtspersonen met doel onbekend
Rechtspersonen in oprichting
847
1.248
Totaal alle rechtsvormen
2.694.451
7.388.709
Wat betekent dit nu voor de door de Hoge Raad gegeven rechtvaardiging voor de ernstigverwijtmaatstaf, te weten dat een maatschappelijk belang bestaat dat bestuurders van rechtspersonen zich niet door defensieve overwegingen laten leiden? Anders gezegd, dat bestuurders moeten durven ondernemen. Om te beginnen is het goed te kijken naar het aantal werkzame personen in Nederland. Naast de genoemde ca. 7,4 miljoen personen, werken nog eens 915 duizend ambtenaren bij de Staat. In totaal zijn er ca. 8,3 miljoen werkzame personen in Nederland. Uit bovenstaande tabel kan worden opgemaakt dat in Nederland ongeveer 1,3 miljoen rechtsvormen (met ca. 2,1 miljoen werkzame personen)4 bestaan die géén rechtspersoon zijn, doch die wel primair gericht zijn op het bedrijven van economische activiteit.5 Het totale aantal rechtsvormen dat geen rechtspersoon is, maar wel een economische activiteit verricht (ca. 1,3 miljoen) is groter dan het aantal rechtsvormen dat wel rechtspersoon is en een economische activiteit verricht (ca. 940 duizend). Als men de door de Hoge Raad gegeven rechtvaardiging voor de ernstigverwijtmaatstaf wenst te aanvaarden, dan zou die rechtvaardiging gelet op deze gegevens toch ook voor de eigenaren, vennoten en werknemers van deze rechtsvormen gelden? Als men al van een maatschappelijk belang om te durven ondernemen zou willen spreken, dan vormt de mogelijkheid om te ondernemen voor deze rechtsvormen, waar ca. 2,1 miljoen natuurlijk personen werkzaam zijn (ca. 25% van de werkzame beroepsbevolking), toch ook onderdeel van dat maatschappelijk belang? Waarom zouden de betrokkenen bij deze rechtsvormen dan minder goed beschermd moeten worden? Omdat zij niet gekozen hebben voor de oprichting van of indiensttreding bij de rechtsvorm van de rechtspersoon, maar voor een andere rechtsvorm? Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn.6