Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/1.6.3
1.6.3 Afbakening bij stap I
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS575630:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Als ik hierna spreek over socialezekerheidsrecht of sociale verzekeringen dan doel ik in de regel (zoals blijkt uit de context) op werknemersverzekeringen. Samen noem ik het arbeidsrecht en werknemersverzekeringsrecht sociaal recht. Dat doe ik puur voor de leesbaarheid; ik wil niet de discussie openen over de reikwijdte van het begrip ‘sociaal recht’.
Alleen wel als dat verband houdt met interventies.
B. Hoogendijk, De loondoorbetalingsverplichting gedurende het eerste ziektejaar (diss.), Gouda: Quint 1999.
‘In der Beschränkung zeigt sich der Meister’. Met een goed Duits spreekwoord wordt duidelijk dat ik niet alles over rechten en plichten rond re-integratie bij arbeidsongeschiktheid kan bespreken. Afbakening is op zijn plaats, al is het maar omdat re-integratie zo’n multisectoraal onderwerp is. Er zitten aspecten aan vast van arbeidsrecht, sociale verzekering, sociale voorzieningen, arbeidsvoorziening, arbeidsomstandigheden, scholing en gezondheidszorg. Zo is bijvoorbeeld in de zorg voor gehandicapten een element van re-integratie opgenomen. Maatregelen gericht op gehandicapten zijn niet altijd bedoeld voor werknemers met beperkingen, maar die werknemers maken soms wel onderdeel uit van het koepelbegrip ‘gehandicapten’. In sommige regelgeving wordt gesproken over revalidatie en ook daarin zit een element van re-integratie opgenomen. Niet alle revalidatie is gericht op werknemers maar werknemers kunnen wel gebruik maken van revalidatievoorzieningen die helpen bij terugkeer op de werkplek. Toch bespreek ik dat allemaal niet. Ik beperk mij in mijn onderzoek tot de rechten en verplichtingen die volgen uit het arbeidsrecht en het werknemersverzekeringsrecht.1 Rechten en plichten zijn gevormd door wet- en regelgeving, jurisprudentie en rechtsliteratuur, zodat daar de nadruk op ligt. Over de effectiviteit daarvan in de praktijk ga ik mij hierna verder niet (uitgebreid) uitlaten, maar waar dienstig zal ik wel gebruik maken van onderzoeken daarnaar.
Een andere beperking die ik wil noemen, is die tot de positie van werkgevers en werknemers. Andere contractsvormen gericht op het verrichten van arbeid (overeenkomst van opdracht, aanneming van werk) blijven buiten beschouwing, net als overigens bijstandsgerechtigden of werklozen. Daarbij is voor mij de typische situatie het onderwerp. Bij werknemers bespreek ik niet of nauwelijks de positie van de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, de flexkracht of de uitzendkracht. Ik richt mij op de werknemer die voor onbepaalde tijd in dienst is. Verder beperk ik het temporele bereik van mijn onderzoek tot de periode waarin de werknemer in dienst is van de werkgever én er voor hem een loondoorbetalingsverplichting bij arbeidsongeschiktheid bestaat. In de regel is dat de eerste 104 weken van ziekte. De stand van zaken rond re-integratie na het einde van de loondoorbetalingsperiode bespreek ik niet; dus ook niet de positie van de werkgever die eigenrisicodrager voor de WGA is en zijn WGA-gerechtigde.
Tot slot is geduid dat bij re-integratie de interventies, de ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid en de hoogte van het inkomen bij arbeidsongeschiktheid juridisch relevant zijn. Uit de onderzoeksvraag is af te leiden dat ik in elk geval juridisch onderzoek doe naar de interventies. Dat betekent dat de ontslagbescherming bij arbeidsongeschiktheid niet uitgebreid wordt besproken.2 Maar hoe zit het met het inkomen bij arbeidsongeschiktheid? Hier wordt de afbakening lastig. Er zal bij worden stilgestaan dat de wetgever heeft ingegrepen in de inkomensvoorziening van de zieke werknemer door invoering van een langdurige loondoorbetalingsplicht voor de werkgever, maar dat dit is gebeurd vanuit een re-integratiegedachte. Die ingreep is dus een interventie, maar raakt ook de inkomensvoorziening tijdens arbeidsongeschiktheid. Omdat het een maatregel is die zo duidelijk gericht is op re-integratie kies ik er voor de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte uitdrukkelijk in mijn onderzoek te betrekken.
Ik doe dat met één kanttekening. Hoogendijk heeft in haar proefschrift de loondoorbetaling in het eerste ziektejaar besproken.3 Ik ga dat allemaal niet over doen en gebruik haar bevindingen als uitgangspunt, maar niettemin is een zekere overlap met haar bevindingen onvermijdelijk. De overlap vind ik geen bezwaar. Na haar proefschrift uit 1999 is er wel het nodige veranderd. De loondoorbetalingsverplichting is verlengd van één naar twee jaar, de Wet verbetering poortwachter heeft de rechten en plichten bij re-integratie flink opgetuigd en de loonsanctie voor de werkgever bij onvoldoende re-integratie-inspanningen is ingevoerd. De wijzigingen van de laatste vijftien jaar passeren dus zeker de revue. Verder heeft Hoogendijk een aantal aanbevelingen gedaan zodat kan worden bezien wat daarmee is gebeurd.