Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/4.1
4.1 Inleiding
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268512:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 3:8, eerste lid, derde volzin en art. 3:9, eerste lid, derde volzin, Wft. De bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op verzekeringsholdings en (gemengde) financiële holdings (zie art. 3:271 en 3:272 Wft) en bepaalde inkomende bijkantoren. Zie voor een overzicht: Tabel 2.1 bij hoofdstuk 2.
Kamerstukken II, 2013/14, 33 918, nr. 3, p. 3 en 4. Het gaat om de personen die het bestuur adviseren of anderszins grote mate van invloed uitoefenen op de werkzaamheden die grote risico’s voor de onderneming met zich mee brengen. Dit laatste is bijvoorbeeld het geval indien werknemers een belangrijke rol hebben in het aannamebeleid met betrekking tot risicovolle functies of verantwoordelijk zijn voor procedures die de risico’s mitigeren. Zie ook Kamerstukken II, 2013/14, 33 918, nr. 4, p. 7: het gaat om “cruciale functies”. Het betreft slechts diegenen die bijvoorbeeld wezenlijke invloed kunnen uitoefenen op het aannamebeleid, de risicobeheersmaatregelen om fraudes te voorkomen, en het beleggingsbeleid dat de handelaren nastreven.
Dit hoofdstuk bevat een nadere analyse van de toetsingen van leden van het “tweede echelon”. Met de term “tweede echelon” in de Nederlandse wetgeving gedoeld op personen die (i) werkzaam zijn onder de verantwoordelijkheid van de bank, kredietunie of verzekeraar, (ii) een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en (iii) verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden.1 Hieronder worden onder meer de personen verstaan die verantwoordelijk zijn voor de interne controlefuncties: risicomanagement, interne audit, compliance en/of de actuariële functie. Daarnaast kunnen hieronder de leidinggevenden worden begrepen die verantwoordelijk zijn voor grote financiële transacties, zoals de hoogste manager van een afdeling vermogensbeheer of een afdeling treasury, en bijvoorbeeld het hoofd juridische zaken.2 De Wet op het financieel toezicht (Wft) bepaalt dat deze personen bij banken, verzekeraars en kredietunies geschikt en betrouwbaar dienen te zijn.
Kernvraag in dit hoofdstuk is in hoeverre deze Nederlandse regeling overeenkomt met de Europese kaders. In het bijzonder wordt nagegaan of definities en toepassingsbereik overeenkomen en in hoeverre de Europese regelgeving ertoe verplicht dat leden van het tweede echelon voorafgaand aan indiensttreding door de externe toezichthouders worden getoetst. Ook wordt onderzocht in hoeverre de Nederlandse en Europese regelgeving op het gebied van tweede echelon-toetsingen cross-sectoraal is geharmoniseerd.
Ter beantwoording van deze vragen wordt de tweede echelon-regeling bij verzekeraars (paragraaf 4.2), banken (paragraaf 4.3) en kredietunies (paragraaf 4.4) met elkaar vergeleken op zowel nationaal als Europees niveau. Ook wordt een parallel getrokken met vergelijkbare regelgeving bij (beroeps-)pensioenfondsen (paragraaf 4.5) en andere instellingen, waaronder beleggingsondernemingen (paragraaf 4.6). Deze analyse leidt tot verschillende aanbevelingen en conclusies (paragraaf 4.6).