Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.1:6.1 Inleiding
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/6.1
6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859222:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de vorige hoofdstukken zijn de Nederlandse en Belgische onwaardigheidsregeling uiteengezet. In dit hoofdstuk wordt een vergelijking gemaakt tussen beide rechtsstelsels. Waar liggen de overeenkomsten en waar de verschillen? Het hoofdstuk blijft beperkt tot een bespreking van de meest belangrijke punten.
Het hoofdstuk vangt aan met een vergelijking tussen een overkoepelende onwaardigheidsbepaling in Nederland en verschillende regelingen in België (par. 6.2). Vervolgens wordt ingegaan op de grootste verschillen en overeenkomsten tussen de onwaardigheidsgronden (par. 6.3) alsmede op onwaardigheid van rechtswege, dan wel op vordering (par. 6.4). Daarna wordt de regeling van de afgeleide onwaardigheid besproken in samenhang met de derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid (par. 6.5) gevolgd door een analyse van de limitatieve opsomming in vergelijking tot een open norm (par. 6.6). Als laatste wordt ingezoomd op de regeling van derdenbescherming (par. 6.7) en de verschillen bij vergeving (par. 6.8). Het hoofdstuk sluit af met een korte conclusie (par. 6.9).