Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4.10:2.4.10 Gemeenschap
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4.10
2.4.10 Gemeenschap
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957905:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij een gemeenschap behoren goederen aan twee of meer deelgenoten gezamenlijk toe.1 Uit de interviews vloeit voort dat in de meeste situaties waarin de gemeenschap als beheerstructuur wordt gebruikt, er sprake is van een nalatenschap waarin nog enkele goederen aanwezig zijn. De deelgenoten kunnen dan besluiten om deze goederen voorlopig onverdeeld te laten. Het is daarbij mogelijk om gebruik te maken van een beheerovereenkomst als bedoeld in art. 3:168 lid 1 BW. Het gebruik van de gemeenschap wordt een aantal keer genoemd bij vakantiewoningen of onroerend goed als beleggingsvermogen. Ook het onverdeeld laten van één of meerdere kunstobjecten in een nalatenschap wordt genoemd.
Er komt niet heel duidelijk uit de interviews naar voren voor welke motieven gemeenschap als beheerstructuur wordt gebruikt.
Bovendien laten de interviews een gevarieerd beeld zien omtrent het gebruik van gemeenschappelijke eigendom als beheerstructuur. Sommige respondenten zijn voorstander van gemeenschap als beheerstructuur. Bijvoorbeeld deze notaris:
“Ook bij nalatenschappen en de afwikkeling ervan, zeker als dat familievermogen is of dat dat panden zijn die niet courant zijn en moeizaam verkoopbaar blijken, dan is het ook vaak zo dat ik JUIST de onverdeeldheid opzoek. En dat we dan afspraken maken over het onverdeeld houden. Afspraken rondom beheer, maar ook beschikken, wanneer mag er een individuele actie plaatsvinden, wanneer een gezamenlijke actie. Hoe nu als de koper zich toch aanmeldt en hoe gaan we daar mee om? Ik vind dat juist een hele mooie beheerfiguur (…).”
Aan de andere kant zijn er respondenten die aangeven dat het in stand houden van een gemeenschap op te veel nadelen stuit. Zo wordt het als nadeel ervaren dat de aandelen in het gemeenschappelijk vermogen in het privévermogen van de deelgenoten terechtkomen. Daarmee is het aandeel onderworpen aan de gevaren van eventueel verhaal door privé schuldeisers van deelgenoten en kan het aandeel in een faillissementsboedel of in een huwelijksgemeenschap terechtkomen. Ook komt aan de orde dat onduidelijk kan zijn of bepaalde gemeenschappen kunnen worden gekwalificeerd als een stille maatschap of niet, waarmee de rechtsgevolgen van de gemeenschap anders kunnen worden. Vervolgens wordt soms opgemerkt dat de mogelijkheid om verdeling van de gemeenschap te vorderen als een nadeel wordt gezien. De mogelijkheid om het instellen van een vordering tot verdeling bij herhaling voor vijf jaar uit te sluiten, leidt er voor deze respondenten niet toe dat dit nadeel afdoende kan worden opgeheven. Andere respondenten merken daarentegen op dat ze de flexibiliteit van deze mogelijkheid een voordeel vinden.
Tot slot wordt aangegeven dat het beheren van het gemeenschappelijk goed nog wel mogelijk is op het moment dat er een klein aantal deelgenoten is, maar dat dat moeilijker wordt op het moment dat het aantal deelgenoten toeneemt (en er geen beheerovereenkomst is). Ook hier is dan als het ware sprake van een verwatering van de zeggenschap die tot problemen kan leiden.