Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/8.4.4:8.4.4 Wenselijkheid toekenning bevoegdheid schuldeisers
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/8.4.4
8.4.4 Wenselijkheid toekenning bevoegdheid schuldeisers
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708325:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus bijvoorbeeld de reactie van Houthoff van 29 november 2017 in de consultatie van de WHOA, p. 8. Een dergelijke zitting wordt alleen gehouden als een of meer verzoeken zijn ingediend op grond van artikel 378 Fw. Ik ben geen voorstander van een verplichte goedkeuring van de met het akkoord te verstrekken informatie, de klassenindeling of andere aspecten van het akkoord. Zie hierover (in negatieve zin) bijvoorbeeld Madaus 2012, p. 35 en 36.
Vriesendorp & Van Kesteren TvI 2019/36, par. 3.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Naar mijn mening is het wenselijk dat ook schuldeisers de mogelijkheid hebben geschillen voor te leggen aan de rechtbank. Die mogelijkheid zou gegeven kunnen worden door schuldeisers de bevoegdheid toe te kennen een artikel 378-verzoek in te dienen. Om onnodige vertraging van het proces zoveel mogelijk te voorkomen, kunnen duidelijke termijnen worden gesteld voor de indiening van deze verzoeken. De artikel 378-verzoeken kunnen daarnaast zoveel mogelijk op één zitting worden behandeld.1 Misbruik wordt, net als bij het verzoek tot het treffen van voorzieningen, zoveel mogelijk beperkt door de verplichte procesvertegenwoordiging, het griffierecht dat is verschuldigd en de mogelijkheid die de rechter heeft een proceskostenveroordeling uit te spreken.
Omdat de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering niet van toepassing is op artikel 378-verzoeken (art. 362 lid 2 Fw), heeft de rechtbank, uiteraard met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk procesrecht, veel vrijheid bij het vormgeven van de procedure.2 De algemene regels van bewijsrecht uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn niet van toepassing, zodat te verwachten is dat de rechtbank met de nodige voortvarendheid een beslissing kan nemen.3 Door de procedure te stroomlijnen wordt het risico op misbruik geminimaliseerd, terwijl schuldeisers voorafgaand aan het homologatieverzoek de nodige actie kunnen ondernemen, waarmee het alles-of-niets karakter van het akkoord wordt vermeden. Een andere mogelijkheid om dat karakter te vermijden is de mogelijkheid toe te kennen na de homologatiezitting een gewijzigd akkoord aan te bieden. Die mogelijkheid wordt uitgewerkt in de volgende paragraaf, nadat kort is geschetst hoe schuldeisers zich kunnen verzetten tegen de homologatie van het akkoord.