Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen
Einde inhoudsopgave
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.7.1:3.7.1 Presteren in driepartijenverhoudingen op grond van een aanwijzing
Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling als bronnen van verbintenissen (O&R nr. 80) 2014/3.7.1
3.7.1 Presteren in driepartijenverhoudingen op grond van een aanwijzing
Documentgegevens:
mr. S.R. Damminga, datum 07-11-2013
- Datum
07-11-2013
- Auteur
mr. S.R. Damminga
- JCDI
JCDI:ADS498736:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overige verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Duitse literatuur wordt voor gevallen van presteren op aanwijzing een onderscheid gemaakt tussen gevallen waarin de aanwijzing geldig is en waarin de aanwijzing niet geldig is. Dit onderscheid, dat in de Nederlandse literatuur nauwelijks aandacht heeft gekregen, zal ik ook voor het Nederlandse recht overnemen. Mede daarom maak ik in de volgende paragrafen een tweedeling. In de paragrafen 3.7.2 tot en met 3.7.4 bespreek ik de gevallen waarin de aanwijzing geldig is. Wanneer B aan A een geldige aanwijzing geeft om rechtstreeks aan C te presteren, kunnen drie gevallen worden onderscheiden. In het eerste geval is de rechtsverhouding AB gebrekkig, terwijl de rechtsverhouding BC geldig is (3.7.2); in het tweede geval is de rechtsverhouding AB geldig, maar de rechtsverhouding BC niet (par. 3.7.3); in het derde geval zijn beide rechtsverhoudingen gebrekkig (3.7.4). Vanaf paragraaf 3.7.5 besteed ik aandacht aan gevallen waarin de aanwijzing ongeldig is.