Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.9
2.4.9 Stimulansen aan de aanbodzijde in de Europese Unie
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS395532:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Sangen, G.J.H. van der (2008), supra noot 20, blz. 98-105. Vergelijk: J.A. McCahery en E.P.M. Vermeulen (2007a), 'Understanding Corporate Mobility in the EU: towards the Foundations of a European `Interral. Affürs Doctrine', a working paper prepared for the 5th European Company Law and Corporate Govemance Conference in Berlin on 27-28 June 2007, blz. 11.
McCahery J.A. et al. (2006b), 'The New Company Law: What Matters in an Innovative Economy?', ECGI Working Paper Series in Law, Working Paper no. 75/2006, blz. 20 en 43.
McCahery J.A. et al. (2006b), supra noot 221, blz. 5.
Aan de fiscale kant stelt de EU beperkingen. De heffing van een franchise en/of incorporation tax is binnen de EU verboden op grond van de Richtlijn 69/335/ EEG. Lidstaten herzien hun vennootschapsrecht onder andere om het ondernemerschap binnen hun eigen land te stimuleren en daarnaast om te voorkomen dat de eigen vennootschappen elders zullen gaan incorporeren. Het gaat dan niet zozeer om de aantrekkingskracht voor vennootschappen van buitenaf, maar om de aantrekkingskracht voor de eigen ondernemers. Het marginale grensnut voor de ondernemer om uit te wijken naar een andere jurisdictie uitsluitend om kostenvoordelen te behalen, kunnen nationale regelgevers betrekkelijk eenvoudig pareren door zelf het nationale vennootschapsrecht beperkt aan te passen.1 eze strategie is er geen sprake van juridische innovatie maar slechts van een verbetering van de wetgeving. De stimulans ligt voornamelijk in de aansluiting bij andere jurisdicties.2 De aanpassingsstrategie zorgt ervoor dat de regelgeving aan weinig verandering onderhevig is.3
In plaats van een aanpassingsstrategie zouden de overheden een innovatiestrategie kunnen toepassen, bijvoorbeeld door het introduceren van een nieuwe aantrekkelijke rechtsvorm. De drijfveer zou in de eerste plaats gelegen zijn in het beter tegemoetkomen aan de behoeftes van de binnenstatelijke vennootschappen en op de tweede plaats het voorkomen dat door innovaties in het buitenland de buitenstatelijke rechtsvormen, ondanks alle belemmeringen die aan bod zijn gekomen, tot een uitloop van de eigen vennootschappen leidt. Daarbij is het de vraag of er onder kleine besloten vennootschappen een migratietendens gaat ontstaan op basis van de kwaliteit van het inhoudelijke vennootschapsrecht in de vorm van bijvoorbeeld een nieuwe passender vennootschapsvorm. Daarvoor is aanleiding nu binnen de EU de kosten voor oprichting van een vennootschap en de minimumkapitaalvereisten in de lidstaten vrijwel gelijk aan elkaar zijn, en er derhalve op die gebieden geen prikkel meer is om over de grens heen te kijken. Gaan de lidstaten voor het binnenhalen en houden van kleine besloten vennootschappen dan met elkaar de competitie aan door gunstige regels te maken voor bijvoorbeeld de vennootschapstructuur en de aansprakelijkheid van participanten? Een dergelijke ontwikkeling heeft zich, zoals uit paragraaf 2.3.4.2 is gebleken, in de Verenigde Staten voorgedaan als resultante van de vasthoudendheid van advocatengroepen. Gezien het feit dat overheden zich ten doel stellen de publieke welvaart te bevorderen en het midden- en kleinbedrijf daarbij een grote rol speelt, zou ter bevordering van de werkgelegenheid en de technologische ontwikkelingen de introductie van een innovatieve nieuwe rechtsvorm overwogen kunnen worden.
Ook in Europa zouden nieuwe rechtsvormen kunnen ontstaan die in grotere mate kunnen voldoen aan de tegenwoordige behoeften van het MKB. Zij zullen als rechtsvorm worden gekozen boven de bestaande rechtsvormen wanneer die niet voldoende aansluiten op hetgeen het MKB nodig heeft. Op Europees niveau staat de Europese besloten kapitaalvennootschap op de planning. Het is afwachten hoe deze rechtsvorm verder vorm krijgt en hoe ondernemers hierop zullen reageren. In Engeland is als gevolg van een dreiging van een aantrekkelijke nieuwe rechtsvorm van Jersey een soortgelijke rechtsvorm geïntroduceerd, de Engelse LLP. Deze LLP is het resultaat van een concurrentiestrijd tussen Engeland en Jersey. De vraag is of een dergelijke jurisdictionele competitie zich ook binnen Europa zal gaan voordoen, met als gevolg het ontstaan van nieuwe rechtsvormen binnen de lidstaten. Het antwoord op deze vraag zou gevonden kunnen worden aan de hand van een vergelijking van de situatie in de Verenigde Staten en die in Europa. Na deze vergelijking bespreek ik welke gevolgen dit zou kunnen hebben voor Nederland.