Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/2.4.2
2.4.2 Harmonisatie versus deregulering (algemeen)
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399153:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Smits, J.M. (2004), 'Europa en het Nederlandse privaatrecht', NTBR 2004/10, blz. 490-500.
Barents, R. en L.J. Brinkhorst (2006), `Grondlijnen van het Europees Recht', Deventer: Kluwer, blz. 300.
Zie ook: HvJ EG 5 februari 1963, NV Algemene Transport- en Expeditie Onderneming van Gend & Loos v. Netherlands Inland Revenue Administration, Zaak 26/62 (Van Gend en Loos) en HvJ EG 15 juli 1964, Flaminio Costa v E NEL , Zaak 6/64 (Costa-ENEL). Zie: R. Barents en L.J. Brinkhorst (2006), supra noot 81, blz. 150-151).
Artikel 13 VEU.
HvJ EG 9 maart 1978, Amministrazione delle Finanze dello Stato v. Simmenthal SPA, Zaak 106/77 (Simmenthal).
J.M. Smits (2004), supra noot 77, blz. 490-500.
McCahery, J.A. (2006), supra noot 8, in: Handelingen Nederlandse Juristen-Vereniging (2006), supra noot 8, blz. 162.
Het optreden van de EU is voornamelijk functioneel van aard.1 Beperkingen en belemmeringen van het tussenstaatse economisch verkeer zijn binnen de EU df verboden df dienen door harmonisatie te worden weggenomen, teneinde tot een volledige fusie van de nationale markten te komen.2 De vier vrijheden dienen daarmee gewaarborgd te worden. Harmonisatie kan plaatsvinden indien de Europese instellingen daartoe bevoegd zijn. De Europese Verdragen voorzien in een verdeling van bevoegdheden tussen de instellingen van EU en de lidstaten.3 De EU kan, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel, optreden op gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de EU kunnen worden verwezenlijkt.4 Europese regels hebben een autonoom karakter en hebben vanaf hun inwerkingtreding en tijdens hun gehele geldigheidsduur in alle lidstaten dezelfde werking.5 Door de grote invloed van de Europese regels op het nationale recht is er discussie ontstaan over de wenselijkheid van harmonisatie versus de wenselijkheid van deregulering.6 Het debat over de juiste verdeling van de macht, dat is ontstaan na het Verdrag van Maastricht, wordt gevoerd op het gebied van efficiëntie, billijkheid en verantwoordelijkheid.7 Deze discussie heeft ook betrekking op het vennootschapsrecht.