Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken
Einde inhoudsopgave
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/15:15 Maatregelen ter bevordering van het onderling vertrouwen
Het vertrouwensbeginsel bij de interstatelijke samenwerking in strafzaken (SteR nr. 31) 2016/15
15 Maatregelen ter bevordering van het onderling vertrouwen
Documentgegevens:
Thomas Kraniotis, datum 01-08-2016
- Datum
01-08-2016
- Auteur
Thomas Kraniotis
- JCDI
JCDI:ADS456983:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In beleidsmatig opzicht wordt het belang van het bevorderen van het onderling vertrouwen inmiddels onderkend. In de beleidsstukken die op het terrein van justitie en binnenlandse zaken zijn geformuleerd, is te lezen op welke wijze de instellingen van de Europese Unie dat vertrouwen (hebben) willen bevorderen. In dit hoofdstuk worden die programma’s en de daarop gebaseerde actieplannen, nader beschouwd. Daarbij is de centrale vraag steeds hoe wordt beoogd het onderling vertrouwen te bevorderen. Hierna zal blijken dat het waarborgen van de grondrechten in de Unie en de uitvoering van een routekaart van procedurele rechten daarin een belangrijke rol spelen. Ook die onderdelen van (wat hier wordt genoemd) ‘de vertrouwensagenda’ zullen nader worden belicht. Deze reeds genomen en nog te nemen maatregelen kunnen in de sleutel worden gezet van de eerder geformuleerde dimensies van het vertrouwensbeginsel. Met die exercitie kan inzichtelijk worden hoe binnen de Europese Unie beleidsmatig de accenten liggen waar het de bevordering van onderling vertrouwen betreft, en hoe dit de werking van het vertrouwensbeginsel beïnvloedt. Door vervolgens, in het volgende hoofdstuk, de concrete maatregelen van samenwerking in strafzaken binnen de Unie te belichten en daarbij weer de bril van de dimensies van het vertrouwensbeginsel op te zetten, kan duidelijk worden of de beoogde bevordering van het onderling vertrouwen en het voor een efficiënte samenwerking benodigde vertrouwen met elkaar corresponderen.
15.1 De vertrouwensagenda op het terrein van justitie en binnenlandse zaken15.2 Routekaart ter versterking van de procedurele rechten van verdachten en beklaagden in strafprocedures15.3 De positie van fundamentele rechten in de Europese Unie15.4 Mechanismen van toezicht op de naleving van het Unierecht en grond- en mensenrechten15.5 Analyse vertrouwensagenda en juridische uitwerkingen15.6 Conclusie