De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.4.2:4.8.4.2 Niet-geïdentificeerde voertuigen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/4.8.4.2
4.8.4.2 Niet-geïdentificeerde voertuigen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS400667:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eerste situatie waarin het schadevergoedingsorgaan op grond van art. 25 heeft op te treden, is die waarin het voertuig niet kan worden geïdentificeerd. Hier moet in de eerste plaats aan de klassieke hit-and-run-gevallen worden gedacht: parkeerschaden en andere schaden die bij afwezigheid van de benadeelde worden veroorzaakt. Aannemelijk is dat ook gevallen waarin niet het volledige kenteken bekend is (en de identiteit van de aansprakelijke niet aan de hand van andere gegevens kan worden vastgesteld) onder deze categorie te rangschikken zijn. Daarvoor pleit dat de Richtlijn een centrale betekenis toekent aan het kenteken en dat - zoals betoogd in paragraaf 4.5.4.4 - alleen aan de hand daarvan kan worden vastgesteld dat het voertuig gewoonlijk in een lidstaat is gestald.
De voor de benadeelde onaangename consequentie van deze benadering is, dat hij in gevallen waarin hij alleen materiële schade heeft geleden, in de meeste landen geen aanspraak zal hebben op het schadevergoedingsorgaan, omdat dat uitkeert volgens de criteria van het waarborgfonds van de lidstaat van het ongeval. In de meeste lidstaten wordt de vergoeding door het waarborgfonds van materiële schade (voor zover zij niet gepaard gaat met aanzienlijk letsel) die is veroorzaakt door onbekende aansprakelijken uitgesloten, dan wel zeer sterk beperkt. Slechts Zweden en Nederland vergoeden deze schade met een (beperkt) eigen risico. Zie verder paragraaf 5.63.2.