Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.2:6.4.2 Ontvankelijkheid
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.2
6.4.2 Ontvankelijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233585:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit beginsel bijv. Corstens/Borgers en Kooijmans 2018, p. 46-56, met verdere verwijzingen.
Zie bijv. HR 19 december 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZD0328, NJ 1996/249, m.nt. Schalken (Zwolsman). Zie daarover meer in het algemeen Corstens/Borgers en Kooijmans 2018, p. 794-907, met verdere verwijzingen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in het strafrecht bestaan ontvankelijkheidsvoorwaarden. Deze voorwaarden hebben in het strafrecht wel een andere achtergrond dan in het civiele recht en het bestuursrecht. Dit hangt direct samen met het monopolie van het Openbaar Ministerie om strafzaken aan de strafrechter voor te leggen. Het is, met andere woorden, het Openbaar Ministerie en niet een individuele burger of een belangenorganisatie die een geschil bij de rechter aanhangig maakt. Het Openbaar Ministerie hoeft daarbij geen belang te stellen. Op grond van het zogenoemde opportuniteitsbeginsel mag het Openbaar Ministerie om redenen van algemeen belang in een voorkomend geval ook besluiten om een strafbaar feit niet te vervolgen.1
Uit vaste rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie aan de orde zou kunnen zijn bij ernstige vormverzuimen. Omdat dit de meest vergaande sanctie is die de strafrechter kan uitspreken, mag hij daartoe niet snel concluderen. Uitsluitend bij zeer ernstige vormverzuimen, waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte te kort is gedaan aan het recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak, komt een niet-ontvankelijkverklaring in beeld. Een andere, minder vergaande, sanctie bij vormverzuimen is het uitsluiten van bewijs.2