Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.1:6.4.1 Bevoegdheid; artikel 113 Gw
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.1
6.4.1 Bevoegdheid; artikel 113 Gw
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233667:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Uzman en Boogaard 2016b, p. 1-2; Kortmann/Bovend’Eert e.a. 2016, p. 275-277; Bovend’Eert/Kortmann 2013, p. 307-310.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is gebleken dat de bevoegdheid van de burgerlijke rechter en de bestuursrechter is te herleiden tot artikel 112 Gw. Artikel 113 lid 1 Gw voegt hieraan toe:
‘Aan de rechterlijke macht is voorts opgedragen de berechting van strafbare feiten.’
Hieruit volgt dat de rechterlijke macht, meer in het bijzonder de strafrechter, bevoegd is van strafzaken kennis te nemen en om daarover te beslissen. Dat de strafrechter bevoegd is om zich met strafrechtspraak bezig te houden, lijkt vanzelfsprekend, maar was aanvankelijk niet uitdrukkelijk in de Grondwet bepaald. Bij de grondwetsherziening in 1983 achtte de grondwetgever dit echter van zodanig fundamenteel belang, dat hij opname daarvan in de Grondwet voor de hand vond liggen. Tegelijkertijd moet de betekenis van artikel 113 Gw voor de rechtspraktijk niet worden overschat. Vooral door de opkomst van bestraffende sancties in het bestuursrecht, zoals de bestuurlijke boete, heeft deze bepaling aan betekenis verloren.1