Naar een Nederlandse political question-doctrine?
Einde inhoudsopgave
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.3:6.4.3 Vergelijking met een political question-doctrine
Naar een Nederlandse political question-doctrine? (SteR nr. 50) 2020/6.4.3
6.4.3 Vergelijking met een political question-doctrine
Documentgegevens:
mr. drs. R. van der Hulle, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. drs. R. van der Hulle
- JCDI
JCDI:ADS233648:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht / Rechtspraak
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als in het civiele recht en in het bestuursrecht heeft mijns inziens ook in het strafrecht te gelden dat de bevoegdheid van de rechter en de ontvankelijkheidsvoorwaarden in beginsel geen ruimte bieden voor een political questiondoctrine. Verdedigbaar is dat de aard van dit rechtsgebied zich daar ook als zodanig tegen verzet: de dreiging van bestraffende sancties die het strafrecht mogelijk maakt, het vervolgingsmonopolie van het Openbaar Ministerie en het strafrechtelijke legaliteitsbeginsel nopen in beginsel tot een inhoudelijke beoordeling door een onafhankelijke en onpartijdige rechter.1
Toch betekent dit niet dat in het Nederlandse strafrecht in het geheel geen political questions kunnen worden onderscheiden. Concreet doel ik dan op geschillen die niet of niet zonder meer aan de strafrechter kunnen worden voorgelegd, omdat de Grondwet of een algemeen rechtsbeginsel daaraan in de weg staat. Meer in het bijzonder gaat het dan om de parlementaire immuniteit op grond van artikel 71 Gw, die ik in dit onderzoek eerst en vooral beschouw als een strafrechtelijk leerstuk, de eventuele vervolging van politieke ambtsdragers op grond van artikel 119 Gw, en de mogelijkheid om de Staat strafrechtelijk te vervolgen. Ik bespreek deze leerstukken hierna afzonderlijk.
Een en ander sluit overigens aan bij de bevindingen eerder in dit onderzoek over de Amerikaanse political question-doctrine. Ook in het Amerikaanse strafrecht ligt toepassing van de doctrine niet snel voor de hand. In de zaak United States v. Nixon over het overleggen van opgenomen gesprekken in het Witte Huis in de nasleep van de Watergate-affaire benadrukte het Hooggerechtshof dat de behandeling van strafzaken bij uitstek de taak van de rechter is.2 Toch zijn ook hier uitzonderingen niet ondenkbaar. Het enige mij bekende voorbeeld is echter de hierna te bespreken parlementaire immuniteit.
6.4.3.1 Parlementaire immuniteit6.4.3.2 Vervolging van politieke ambtsdragers6.4.3.3 Immuniteit van de Staat