Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/5.5.7
5.5.7 Proces-verbaal verificatievergadering
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS442388:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
In het voorontwerp Insolventiewet is de mogelijkheid geschapen het akkoord te behandelen zonder verificatievergadering, tenzij om een verificatievergadering wordt gevraagd. Het zal de snelheid waarmee een insolventieprocedure kan worden beëindigd, zeker bespoedigen. Zie de artt. 6.2.5 en 6.2.6.
Art. 148 lid 2 Fw. In het voorontwerp Insolventiewet is de termijn van acht dagen komen te vervallen. Vgl. art. 6.2.13 voorontwerp Insolventiewet.
Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet, heruitgave Van der Feltz II, p. 170.
Groenewegen & Van Buuren-Dee 2008, (T&C Insolventierecht), art. 148 Fw, aant. 1.
Hoewel in verband met de algemene opzet van de Faillissementswet om faillissementen snel af te handelen de termijnen kort zijn, is in het voorontwerp de termijn terecht verlengd naar veertien dagen. Vgl. art. 6.2.14 voorontwerp Insolventiewet.
Ervan uitgaand dat het verzoek terecht is gedaan en de verbetering ertoe leidt dat het akkoord als aangenomen had moeten worden beschouwd. In dat geval bepaalt de rechtbank in haar beschikking datum en tijdstip van de homologatie (art. 150 lid 2 Fw). Vanuit de gedachte dat de opzet van de Faillissementswet is om faillissementen zo kort mogelijk te laten duren, is het aannemelijk dat de termijnen, fatale termijnen zijn. Ook al is dit niet uitdrukkelijk in de wet opgenomen.
Groenewegen & Van Bimren-Dee 2008, (T&C Insolventierecht), art. 150 Fw, aant. 2. Een van de bezwaren kan zijn dat één of meer schuldeisers ten onrechte aan de stemming hebben deelgenomen of juist ten onrechte niet hebben mogen meestemmen over het akkoord.
Of het verzoek is ten onrechte ingesteld.
Van de verificatievergadering moet proces-verbaal worden opgemaakt.1 Ingevolge art. 148 Fw moet het proces-verbaal de inhoud van een akkoord vermelden, de namen van de stemgerechtigde schuldeisers, de door ieder van hen uitgebrachte stem, de uitslag van de stemming en hetgeen verder op de vergadering aan de orde is geweest. Gedurende acht dagen kan een ieder ter griffie kosteloos het proces-verbaal inzien.2 Het proces-verbaal dient te zijn ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier. Het proces-verbaal levert als authentieke akte dwingend bewijs op van de geconstateerde feiten.3 Indien het proces-verbaal een onjuiste weergave is van hetgeen op de vergadering is voorgevallen, kan slechts via art. 225 Sr worden geageerd.4 Staan in het proces-verbaal of in de bijbehorende stukken evenwel tegenstrijdigheden, dan kunnen schuldeisers die voor het akkoord hebben gestemd en de schuldenaar gedurende acht dagen na afloop van de verificatievergadering op de voet van art. 149 Fw verbetering van het proces-verbaal verzoeken, indien uit de stukken blijkt dat de rechter-commissaris het akkoord ten onrechte als verworpen heeft beschouwd.5 Als een akkoord is aangenomen, bepaalt de rechter-commissaris voor sluiting van de vergadering de dag en het tijdstip waarop de rechtbank de homologatie van het akkoord zal behandelen. Deze zitting wordt ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de stemming over het akkoord gehouden of bij toepassing van art. 149 Fw, ten minste acht en ten hoogste veertien dagen na de beschikking van de rechtbank.6 De curator is in het laatste geval gehouden de schuldeisers hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen, nu deze door de eerdere verwerping van het akkoord de homologatie van het akkoord niet meer verwachten en zij ingevolge art. 151 Fw hun bezwaren tegen de homologatie schriftelijk aan de rechter-commissaris kenbaar kunnen maken.7
Het geval dat de rechter-commissaris een akkoord ten onrechte als aangenomen heeft beschouwd, dient echter aan de orde te worden gesteld bij de behandeling van de homologatie van het akkoord. Op grond van art. 151 Fw kunnen schuldeisers aan de rechter-commissaris schriftelijk redenen opgeven waarom homologatie van het akkoord niet wenselijk wordt geacht.
Indien het akkoord wordt verworpen en een verzoek ex art. 149 Fw niet wordt ingesteld, dient de rechter-commissaris de rechtbank hiervan onverwijld in kennis te stellen door toezending van het proces-verbaal van de vergadering.8 De rechtbank wordt slechts van de verwerping op de hoogte gesteld. Er volgt derhalve geen vonnis. De boedel verkeert ingevolge art. 173 Fw van rechtswege in staat van insolventie en de executoriale fase treedt vervolgens in.