Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.3:6.7.3 Civielrechtelijke waarderingsregels voor het fiscale begrip bedrijfswaarde in beginsel niet relevant
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/6.7.3
6.7.3 Civielrechtelijke waarderingsregels voor het fiscale begrip bedrijfswaarde in beginsel niet relevant
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS351667:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 september 1992, nr. 28 155, BNB 1993/60 met noot van N.H. de Vries, FED 1992/861 met noot van ThS. IJsselmuiden.
Gelet op HR 8 mei 1957, nr. 12 931, BNB 1957/ 208 met noot van M.J.H. Smeets.
Vergelijk HR 6 september 1995, nr. 30 077 met conclusie plv. P-G Van Soest, BNB 1996/7 met noot van D. Juch, FED 1995/ 792 met noot van GTK. Meussen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op 23 september 19921 wijst de Hoge Raad waardering van een deelneming op nettovermogenswaarde voor de fiscale winstbepaling af en baseert zich bij zijn oordeelsvorming op de navolgende overwegingen:
`Daaraan doet niet af dat art. 2:389BW (in de destijds geldende tekst) waardering op de grondslag van de netto-vermogenswaarde toelaat, aangezien deze bepaling is gericht op de verschaffing van het in art. 2:362, eerste lid, BW omschreven inzicht en op de verwezenlijking van de zogenaamde vermogensbescherming, en te dien einde met betrekking tot deelnemingen voorschriften geeft, die voor de heffing van de vennootschapsbelasting niet van belang zijn.' (cursivering GM).
IJsselmuiden is het met dit arrest niet eens. Hij probeert dan ook in zijn noot onder het arrest in het Fiscaal weekblad FED duidelijk te maken dat waardering van de deelneming op nettovermogenswaarde wel in overeenstemming is met goed koopmansgebruik. Volgens hem gaat de Hoge Raad voorbij aan het feit dat art. 389, eerste en tweede lid, (in zijn huidige tekst) geen door onze wetgever autonoom ontworpen regel weergeeft maar een codificatie is van goed koopmansgebruik. Naar de mening van IJsselmuiden wordt de bepaling ontleend aan art. 59 Vierde en art. 33 Zevende EG-Richtlijn vennootschapsrecht (dit vormt geldend recht in alle Lid-Staten van de EG) en is deze in overeenstemming met International Accounting Standards, te weten TAS 28, 'Accounting for Investments in Associates'. Volgens IJsselmuiden mogen de IAS-regels2 als regels van goed koopmansgebruik worden beschouwd.
Conclusie: Ook in latere jurisprudentie3 heeft de Hoge Raad bevestigd dat de civielrechtelijke waardering van een deelneming op nettovermogenswaarde, voor de fiscaalrechtelijke winstbepaling niet relevant is. Ook is de nettovermogenswaarde van een deelneming niet gelijk aan de fiscale bedrijfswaarde daarvan. IJsselmuiden staat alleen in zijn opvatting dat de nettovermogenswaarde van een deelneming ook voor de fiscale winstbepaling betekenis heeft.