De grondwetsherzieningsprocedure
Einde inhoudsopgave
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.10.4:II.6.10.4 Naar een Brits model?
De grondwetsherzieningsprocedure (SteR nr. 52) 2021/II.6.10.4
II.6.10.4 Naar een Brits model?
Documentgegevens:
T. van Gennip, datum 01-08-2021
- Datum
01-08-2021
- Auteur
T. van Gennip
- JCDI
JCDI:ADS285012:1
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er is nog een andere optie om het vetorecht van de Eerste Kamer in tweede lezing in te perken. Het Britse stelsel biedt hier inspiratie. In het Verenigd Koninkrijk kan het Hogerhuis sinds de invoering van de Parliaments Act 1911 de wetsprocedure maximaal twee jaar vertragen. Sinds 1949 is deze termijn zelfs gegaan naar één jaar. Voor het Nederlandse stelsel zou een dergelijke opzet het volgende kunnen betekenen. Als de Eerste Kamer het voorstel in tweede lezing verwerpt of niet binnen één jaar aanneemt, dan ligt de eindbeslissing bij de Tweede Kamer. Mogelijke bezwaren in de Eerste Kamer kunnen dan door de Tweede Kamer worden meegewogen in de uiteindelijke beslissing, die dan ook met een gekwalificeerde meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen genomen dient te worden. In deze opzet heeft de Eerste Kamer nog steeds een rol door het voorstel aan te nemen of door het te verwerpen en daarbij commentaar te geven op het voorstel in tweede lezing. Het primaat ligt echter bij de Tweede Kamer en die heeft de eindbeslissing. Hoewel dit stelsel complex zal zijn in de uitwerking, acht ik het wel beter dan het huidige stelsel.
Een slotparagraaf staat niet aan het einde van dit hoofdstuk. Dat komt omdat de bevindingen precies overeenkomen met wat in de conclusie wordt gesteld. Deze conclusie volgt nu.