Einde inhoudsopgave
Grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen naar Nederlands recht (VDHI nr. 109) 2011/2.1.6
2.1.6 Relevante harmonisatieregelingen
mr. H.J.M.M. van Boxel, datum 11-05-2011
- Datum
11-05-2011
- Auteur
mr. H.J.M.M. van Boxel
- JCDI
JCDI:ADS430734:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkelingen in ons BV-recht. Waren de bepalingen ten aanzien van de BV oorspronkelijk nagenoeg volledig gebaseerd op het NV-recht dat op haar beurt weer grotendeels gebaseerd is op richtlijnen, de regeling rond de flex-BV heeft veel te maken met ontwikkelingen de laatste jaren op het gebied van rechtspraak. Denk met name aan het arrest van het HvJEU inzake Inspire Art (zie hierna § 3.2.5).
Richtlijn 78/855/EEG, PbEU 1978 L 295/36.
Vanzelfsprekend hebben bij een ondernemingsrechtelijk onderwerp verschillende richtlijnen (zo niet alle) relevantie. Al was het maar omdat zoals ik hiervoor al aangaf het systeem dat de Europese wetgever vanaf het begin voor ogen heeft gestaan, was te kiezen voor harmonisatie via nationaal recht. Het leeuwendeel van de bepalingen in Boek 2 BW komt voort uit richtlijnen of vindt haar oorsprong in harmonisatie als gevolg van Europese rechtspraak.1
In dit onderzoek zullen regelingen met betrekking tot (grensoverschrijdende) fusie centraal staan. De daarvoor meest direct relevante harmonisatieregelingen zijn:
de Derde Richtlijn.2
de SE Verordening.
de Richtlijn GOF.