De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.5.5:9.5.5 De zaak Esteves: enquête naar boven
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/9.5.5
9.5.5 De zaak Esteves: enquête naar boven
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS381851:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
OK 18 mei 2004,JOR 2004/195 m.nt. Van den Ingh (Esteves), r.o. 3.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de Esteves-beschikking hanteert de OK een soortgelijke overweging als in IJsselwerf. In Esteves stelt de holding (net zoals de holding in IJsselwerf) dat FNV Bondgenoten ten aanzien van haar niet ontvankelijk is, omdat bij haar geen vakbondsleden werkzaam zijn. De OK maakt opnieuw korte metten met dit verweer. Zij oordeelt dat een enquête zich kan uitstrekken tot het beleid en de gang van zaken van de holding, omdat laatstgenoemde niet alleen als aandeelhouder en statutair bestuurder van de dochter, maar ook als holding van het concern het gewraakte beleid (het besluit tot beëindiging van de productieactiviteiten van de dochter) bepaalt. In casu staat vast dat de beëindiging van de productieactiviteiten “volledig zijn grond vindt” in het beleid van de moedervennootschap. Om deze reden acht de OK het gelet op de ratio van art. 2:347 BW wenselijk dat een eventueel onderzoek zich ook kan uitstrekken naar het beleid van de holding, voor zover althans dat beleid verband houdt met de beslissing de productieactiviteiten van haar dochtervennootschap te beëindigen.1