Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/13.11.5.3
13.11.5.3 Daadwerkelijk meedelen
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418050:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446.
HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446, r.o. 13.
Anders: OLG Koblenz 4 juli 1980, Serie D I-17.1.2-B 21 dat vereist dat de algemene voorwaarden met forumkeuze beschikbaar zijn voor of bij het sluiten van de overeenkomst en Hof 's-Hertogenbosch 26 oktober 1994, NIPR 1994, 261 (verwijzing naar algemene voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel); Rb. Middelburg 11 september 1996, NIPR 1997, 133 (sommige voorwaarden waren meegedeeld, maar de forumkeuze niet); Rb. Rotterdam 15 april 1999, NIPR 1999, 298; Pres. Rb. Leeuwarden 7 november 2000, NIPR 2001, 214 die ter handstelling vereist en Hof 's Hertogenbosch 24 oktober 2006, NIPR 2007, 39.
HvJ EG 10 maart 1992, Powell Duffrijn/Petereit, Jur. 1992, p. 1-1745, NJ 1996, 279.
HvJ EG 24 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446.
OLG Koblenz 4 juli 1980, Serie D I-17.1.2.-B 21; Rb. Rotterdam 22 november 2001, NIPR 2002, 130; Krings, Preadvies NVIR 1978, p. 113.
Schultsz, noot onder HvJ EG 14 december 1976, zaak 24/76, Colzani/Rilwa, Jur. 1976, p. 1831, NJ 1977, 446; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 52; vgl. Rb. Middelburg 11 september 1996, NIPR 1997, 133; Hof 's-Hertogenbosch 11 januari 2001, rolnr. C 99/395, LJN AA 9598, NIPR 2001, 289; Rb. Rotterdam 22 november 2001, NIPR 2002, 130; Rb. Zwolle 5 december 2001, NIPR 2002, 137 (impliciet); Vzr. Rb. Utrecht 18 april 2006, NIPR 2006, 322.
Rb. Rotterdam 16 maart 2005, JBPr 2005, 59.
De derde voorwaarde in het arrest Colzani/Rllwa1 houdt in dat de (algemene) voorwaarden waarin de forumkeuze voorkomt (of de forumkeuze zelf) daadwerkelijk vooraf dienen te zijn meegedeeld. Deze voorwaarde is vermoedelijk verbonden met de casus in Colzani/Rllwa.2 In het antwoord op de tweede prejudiciële vraag van het BGH (in het dictum) komt deze voorwaarde niet terug. Het Hof van Justitie herhaalt in het dictum slechts de eerste twee voorwaarden.3 De verwijzing dient uitdrukkelijk te zijn en bij betrachting van normale zorgvuldigheid te kunnen worden nagegaan. Het antwoord (dictum) op de prejudiciële vragen zou normalerwijze de doorslag dienen te geven boven een voorafgaande (rechts)overweging die niet in het dictum terugkomt. Daarom kan uit het arrest worden afgeleid dat een overhandiging of mededeling niet noodzakelijk is.
Een verklaring voor het verschil tussen het dictum en de overwegingen zou kunnen zijn dat het Hof van Justitie slechts heeft beoogd dat het bestaan van de algemene voorwaarden dient te zijn meegedeeld. Vanuit dat perspectief is het niet noodzakelijk om de gehele inhoud van de algemene voorwaarden aan de wederpartij te doen toekomen, omdat een verwijzing zou zijn toegestaan.4 De toevoeging 'en indien vaststaat dat (.) medegedeeld (.)' heeft het Hof van Justitie mogelijk alternatief en niet cumulatief bedoeld. Het Hof van Justitie heeft daarmee tot uitdrukking willen brengen dat ook daadwerkelijke mededeling leidt tot een geldige verwijzing.
Voor de opvatting dat daadwerkelijke mededeling niet noodzakelijk is, kan ook steun worden gevonden in het arrest Powell Duffryn/Petereit.5 Het Hof van Justitie gaat niet rechtstreeks in op het probleem van verwijzing naar statuten door te overwegen dat:
Iedereen die aandelen verkrijgt, dient te weten dat de verhouding tussen de vennootschap en de aandeelhouders wordt beheerst door statuten;
Statuten steeds voor aandeelhouders toegankelijk zijn.
Een belangrijk verschil is dat bij statuten zelfs de verwijzing niet behoeft plaats te vinden, omdat het van algemene bekendheid is dat een vennootschap statuten heeft. Een verkrijger van een aandeel behoort daarvan op de hoogte te zijn.
Op grond van het laatste citaat hiervoor uit rechtsoverweging 12 van het arrest Colzani/Rilwa6 — en indien vaststaat dat de algemene voorwaarden (.) daadwerkelijk aan de andere contractant zijn medegedeeld (.)' — neemt de doctrine en de rechtspraak soms aan dat een verwijzing in de overeenkomst (of bevestiging daarvan) naar gedeponeerde (algemene) voorwaarden onvoldoende is. Uit de verplichting tot `daadwerkelijke mededeling' zou kunnen worden geconcludeerd dat het moet gaan om een feitelijke (voorafgaande) ter handstelling, althans in ieder geval een bekendmaking aan de wederpartij van de inhoud.7 Indien deze lezing van het arrest Colzani/Rilwa wordt gevolgd, dienen (algemene) voorwaarden houdende een forumkeuze zekerheidshalve afzonderlijk of als onderdeel van een eerder document door de wederpartij te zijn ontvangen.8 Deze redenering is te vergelijken met een overeenkomst waarin wordt verwezen naar algemene voorwaarden die zijn gedeponeerd en toegankelijk zijn voor het publiek, maar niet ter hand gesteld. De vraag in hoeverre een verwijzing zonder daadwerkelijke mededeling leidt tot een geldige forumkeuze, bespreek ik verder in de volgende par. sub 4.
Art. 23 lid 1 sub c EEX-V°/17 lid 1 sub c Verdrag vereist geen daadwerkelijke mededeling van de forumkeuze, omdat partijen op grond van deze bepaling geacht worden bekend te zijn met de vorm. Met name bij een cognossement, vervoersbewijzen gebruikt door professionele vervoerders9 en gedeponeerde (en toegankelijke) algemene voorwaarden is een daadwerkelijke mededeling niet noodzakelijk.