Einde inhoudsopgave
Eigendomsvoorbehoud (Rechtswetenschappelijke publicaties) 2018/2.9
2.9 De functie van het eigendomsvoorbehoud onder het oude recht
E.F. Verheul, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
E.F. Verheul
- JCDI
JCDI:ADS396127:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. Scholten 1906, p. 94, Brahn 1983, p. 32 en Vriesendorp 1985a, p. 9.
Schoordijk 1971, p. 458 en p. 460, voetnoot 18. Vanwege de terugwerkende kracht van de ontbinding was onder het oude recht namelijk onduidelijk of de schuldenaar zijn verzuim kon zuiveren. Zie T.M., Parl. Gesch. Boek 6 BW, p. 300-301 en p. 1003 i.v.m. ontbinding. Vgl. voorts Vriesendorp 1985a, p. 64-65.
Zie Scholten 1906, p. 97.
Zij het dat aan de koper op grond van de Vorwirkung van de voorwaardelijke overdracht bepaalde goederenrechtelijke bevoegdheden toekomen. Zie daarover hoofdstuk 8, paragraaf 8.4.2. Deze bevoegdheden conflicteren in beginsel echter niet met het eigendomsrecht van de verkoper.
Zie Vriesendorp 1985a, p. 133, die de meerwaarde van het eigendomsvoorbehoud onder het oude recht vooral lijkt te zoeken in de mogelijkheid om het eigendomsvoorbehoud te bedingen voor overige vorderingen.
In de hier gepresenteerde opvatting strekt het bedingen van een eigendomsvoorbehoud ertoe de ongedaanmaking na ontbinding op goederenrechtelijke wijze te garanderen. Het bedingen van een eigendomsvoorbehoud leidt daarmee tot resultaten die grotendeels vergelijkbaar zijn met de terugwerkende kracht en de goederenrechtelijke werking van de ontbinding onder het oude recht. Men zou zich dan ook kunnen afvragen waarom het (eenvoudig) eigendomsvoorbehoud ook onder het oude recht veelvuldig werd bedongen, als de goederenrechtelijke werking van de ontbinding reeds de functie van het eigendomsvoorbehoud vervulde. Slechts een gering verschil is dat de ontbinding van de overeenkomst onder het oude recht in beginsel diende te geschieden door rechterlijke tussenkomst, omdat daarvan in de praktijk veelvuldig werd afgeweken.1
Volgens Schoordijk is de meerwaarde van het eigendomsvoorbehoud ten opzichte van de ontbinding met goederenrechtelijke werking en terugwerkende kracht gelegen in de omstandigheid dat de verkoper door uitoefening van het eigendomsvoorbehoud de rechtsbetrekking met de koper, ondanks diens tekortschieten, in stand kon laten, zodat de koper de mogelijkheid had zijn verzuim te zuiveren en alsnog na te komen.2 De functie van het eigendomsvoorbehoud is er volgens hem dan ook in gelegen dat de verkoper zich door middel van uitoefening van het eigendomsvoorbehoud weer in de situatie kan brengen waarin hij een beroep op de exceptio non adimpleti contractus kan doen. De juistheid van deze zienswijze hangt af van de vraag of de verkoper kan overgaan tot uitoefening van het eigendomsvoorbehoud, zonder de koopovereenkomst te ontbinden. In hoofdstuk 5 wordt betoogd dat de verkoper deze mogelijkheid in beginsel niet heeft, zodat het verschil tussen beide figuren niet daarin kan worden gezocht.
De vraag wat het verschil is tussen het bedingen van een eigendomsvoorbehoud en goederenrechtelijke werking en terugwerkende kracht van de ontbinding komt in wezen neer op de vraag wat het verschil is tussen een eigendomsoverdracht onder opschortende voorwaarde en een eigendomsoverdracht onder ontbindende voorwaarde. De goederenrechtelijke werking en de terugwerkende kracht van de ontbinding werden onder het oude recht immers geconstrueerd als een ontbindende voorwaarde van niet-nakoming (art. 1302 BW (oud)).
Het verschil tussen beide constructies is met name gelegen in de positie van de betrokkenen gedurende de periode van onzekerheid.3 In geval van een eigendomsoverdracht onder ontbindende voorwaarde – daaronder begrepen een overdracht onder ontbindende voorwaarde van niet-nakoming, zoals bedoeld in artikel 1302 BW (oud) – is de koper in de tussentijd eigenaar (onder ontbindende voorwaarde). De verkoper kan weliswaar zijn eigendom op goederenrechtelijke wijze terugkrijgen door middel van ontbinding van de koopovereenkomst, maar in de tussentijd is de koper eigenaar en komen aan hem de eigenaarsbevoegdheden toe. De eigendomsoverdracht onder opschortende voorwaarde stelt de verkoper derhalve in staat de bevoegdheden van de koper op goederenrechtelijke wijze aan banden te leggen: de verkoper blijft eigenaar (onder ontbindende voorwaarde),en de koper kan zijn rechten met betrekking tot de zaak in beginsel enkel ontlenen aan de tussen hem en de verkoper gesloten koopovereenkomst.4
Tot slot is een verschil tussen de goederenrechtelijke werking van de ontbinding en het eigendomsvoorbehoud dat de eigendomsovergang door middel van een verbreed eigendomsvoorbehoud ook afhankelijk worden gemaakt van de voldoening van andere vorderingen.5