Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/2.4.1.4
2.4.1.4 Het rechtskarakter van de btw
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291675:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
W.J. Blokland, Omzetbelastingaspecten van ondernemingsfinanciering (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 17.
A.H.R.M. Denie, De overheid in de omzetbelasting (diss.), Deventer: Kluwer 1987, p. 14, K.M. Braun, Aftrek van voorbelasting in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2002, p. 41, G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 25, A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 34-35, M.M.W.D. Merkx, De woon- en vestigingsplaats in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2011, p. 23 en S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 40. Vgl. H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil (diss.), Arnhem: Gouda Quint 1994, p. 57.
J.J.P. Swinkels, De belastingplichtige en de Europese BTW (diss.), Den Haag: Koninklijke Vermande 2001, p. 2. Hetgeen Swinkels opmerkt met betrekking tot het begrip ‘verbruiksbelasting’ in de verschillende taalversies van art. 2 Eerste Richtlijn geldt onverkort voor het thans geldende (en nagenoeg gelijkluidende) art. 1 lid 2 Btw-richtlijn.
ABC-rapport, p. 24, FFC-rapport, p. 49 en de toelichting op het Voorstel voor een tweede richtlijn, p. 4-5.
G.J. van Norden, Het concern in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2007, p. 27, A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 35, en M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 5-6.
M.E. van Hilten, Bancaire en financiële prestaties in de Europese BTW (diss.), Deventer: Kluwer 1992, p. 16, H.W.M. van Kesteren, Fiscale rechtswil (diss.), Arnhem: Gouda Quint 1994, p. 73 en M.E. van Hilten en H.W.M. van Kesteren, Omzetbelasting, Kluwer: Deventer 2020, p. 5-6.
A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 35.
A.J. van Doesum, Contractuele samenwerkingsverbanden in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2009, p. 35, M.M.W.D. Merkx, De woon- en vestigingsplaats in de BTW (diss.), Deventer: Kluwer 2011, p. 28 en S.B. Cornielje, Fusies en overnames in de Europese BTW (diss.), Deventer: Wolters Kluwer 2016, p. 40.
Met het rechtskarakter of de strekking1 van de btw wordt bedoeld wie (het subject van heffing) en wat (het object van heffing) de btw beoogt te belasten.2 Uit art. 1 lid 2 Btw-richtlijn volgt dat het Europese btw-stelsel berust op het beginsel dat op goederen en diensten een algemene verbruiksbelasting wordt geheven die strikt evenredig is aan de prijs van de goederen en diensten, zulks ongeacht het aantal handelingen dat tijdens het productie- en distributieproces vóór de fase van heffing plaatsvond. Swinkels wijst erop dat uit een vergelijking van de verschillende taalversies volgt dat met verbruiksbelasting hetzelfde wordt bedoeld als een belasting op consumptie.3 De btw beoogt derhalve particuliere consumptie te belasten.4 Dat om redenen van eenvoud en doelmatigheid niet is gekozen voor een directe, maar voor een indirecte verbruiksbelasting doet aan dit oogmerk niet af.5 Ook het feit dat de besteding (om redenen van eenvoud en doelmatigheid) als maatstaf van consumptie wordt gehanteerd6, maakt niet dat de btw daardoor haar karakter als verbruiksbelasting verliest.7 Het gaat erom wie en wat belast zou moeten worden.8 Alvorens nader in te gaan op het (beoogde) subject en object van heffing zal eerst ingegaan worden op de vraag of vastgoedtransacties thuishoren in een algemene verbruiksbelasting. Hierover bestaat namelijk verschil van mening.
2.4.1.4.1 Verbruik vastgoed?2.4.1.4.2 (Beoogde) subject van heffing2.4.1.4.3 (Beoogde) object van heffing2.4.1.4.4 Conclusie