Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/6.4.4.3
III.6.4.4.3 Opschortende potestatieve voorwaarde
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624629:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Perrick 2013 (4), nr. 284. Zie ook Mellema-Kranenburg 2004a, p. 40 en F. Schols 2011, p. 42.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 175.
Asser/Hartkamp & Sieburgh 2012 (6-I), nr. 175. Vgl. paragraaf 4.3.5 ‘Objectivering door redelijkheid en billijkheid voorkomt willekeur’.
Wat redelijk is, zal mijns inziens, indien een door erflater bepaald kader ontbreekt en de gedelegeerde een grote vrijheid heeft, door een marginale toetsing op grond van de redelijkeid en billijkheid moeten blijken. Zie over toetsing van het oordeel van de gedelegeerde ook Kleijn 1969, p. 293-294.
Wat niet is toegestaan, is de schenking die afhankelijk is van een opschortende potestatieve voorwaarde:
‘De voorwaarde mag niet in strijd zijn met het wezen der verbintenis. De verbintenis onder een opschortende voorwaarde welker vervulling afhangt van de enkele wil van de schuldenaar, is derhalve [ook naar komend recht] nietig (curs. NB).’1
Er is evenwel een verschil tussen een van de wil van de schuldenaar/ schenker afhankelijk gemaakte verbintenis en een van het redelijk oordeel van de schuldenaar/ schenker afhankelijk gemaakte verbintenis.2 Laatstgenoemde verbintenis wordt niet in strijd geacht met het wezen van de verbintenis en is toegestaan. Cruciaal hierbij is dat het oordeel van de schuldenaar/ schenker moet worden gevormd met inachtneming van de redelijkheid en billijkheid, zodat de verbintenis niet afhankelijk is van diens willekeur.3 Er lijkt voor wat de opschortende potestatieve voorwaarde betreft met andere woorden niets aan de hand te zijn, indien de werking van de schenking afhankelijk is gemaakt van het redelijk oordeel van de schenker. Dat geldt mijns inziens niet alleen voor het handelen van de schenker, maar ook voor het handelen van een derde (iemand die niet door de verbintenis verbonden is).4 De potestatieve voorwaarde verbiedt immers, zoals reeds door mij is opgemerkt, enkel dat een verbintenis afhankelijk is gemaakt van de wil van degene die verbonden is, ofwel van de wil van de schenker.