Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.4.7
2.4.7 Bewind
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS957952:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Het gaat in dit geval met name om het bewind dat door de schenker bij een schenking kan worden ingesteld of door een erflater in zijn uiterste wil kan worden ingesteld op één of meer door hem vermaakte of nagelaten goederen. Het testamentair bewind is opgenomen in Afdeling 7 van Titel 5 van Boek 4 BW. Deze afdeling is, met enkele aanpassingen, via de schakelbepaling van art. 7:182 BW ook van toepassing op een bewind dat bij schenking wordt ingesteld. Door een ingesteld bewind krijgt de bewindvoerder in meer of mindere mate de zeggenschap over de onder bewind gestelde goederen van een rechthebbende.
Het testamentair bewind kan worden ingesteld ten behoeve van de rechthebbende, ten behoeve van een vruchtgebruiker en een rechthebbende tezamen of ten behoeve van een gemeenschappelijk belang. Art. 4:155 BW.
De civielrechtelijke figuur bewind1 wordt door bijna alle respondenten genoemd als een beheerstructuur die ze in de praktijk tegenkomen of waar ze zelf mee werken. Het bewind wordt bij alle soorten vermogensbestanddelen ingezet. Dat kan zijn door middel van schenking van het vermogensbestanddeel waarbij het geschonken goed onder bewind is gesteld. Een andere mogelijkheid is testamentair bewind. Het meerderjarigenbewind uit Boek 1 BW wordt ook een enkele keer naar voren gehaald. Aangezien dit bewind door de kantonrechter wordt ingesteld en het beheer van familievermogen geen directe aanleiding kan zijn om dit bewind te verzoeken, wordt deze vorm van bewind in dit onderzoek verder buiten beschouwing gelaten.
Bewind speelt vaak een rol in structuren die worden opgezet voor het motief continuïteit. Ook komt bewind voor bij de motieven opvoeding en bescherming van personen. Een adviseur verwoordt dit als volgt bij de liquide middelen als vermogensbestanddeel:
“Zeg maar ik zit nu op 100 miljoen. Dat moet voldoende zijn voor mijn volgende generatie. Ze moeten behoed worden voor met name het kapot maken ervan. Dus niet zo zeer met een verantwoordelijkheid (…) Het is veel meer bescherming daar. Beschermingsbewind.”
Het bewind zal in de meeste gevallen zijn ingesteld ten behoeve van de rechthebbende.2 Ook het bewind dat is ingesteld over een vruchtgebruik en waarbij het bewind geacht wordt te zijn ingesteld ten behoeve van de vruchtgebruiker en de hoofdgerechtigde tezamen wordt genoemd. Een bewind ingesteld ten behoeve van het gemeenschappelijk belang is deze groep van geïnterviewde personen niet in de praktijk tegengekomen.
Het bewind wordt niet vaak levenslang ingesteld. De respondenten geven aan dat rechthebbenden van het vermogen vaak bepalen dat het bewind op het vermogen blijft rusten totdat de rechthebbenden ergens tussen de 23 en dertig jaar zijn. Soms wordt daarbij door de rechthebbende van het vermogen bepaald dat degene van wie de goederen onder bewind zijn gesteld langzaam meer bevoegdheden krijgt. Als reden voor deze leeftijden wordt in de eerste plaats genoemd dat de meeste eigenaren van het vermogen niet tot in de eeuwigheid over hun graf willen blijven regeren, uitzonderingen daargelaten.
Een tweede reden voor deze leeftijden is de mogelijkheid die de rechthebbende heeft om na vijf jaar een verzoek in te dienen bij de rechtbank om het bewind op te heffen. Deze mogelijkheid bestaat voor zover het bewind is ingesteld in het belang van de rechthebbende (art. 4:178 lid 2 BW). Uit de interviews is af te leiden dat deze termijn van vijf jaar als kort wordt ervaren. De respondenten geven aan dat een bewind dat gedurende het hele leven van de rechthebbende in stand blijft in veel gevallen ook niet redelijk is, maar dat de mogelijkheid om zekerheid te hebben dat het bewind langer dan vijf jaar bestaat gewenst is. Overigens wordt ook aangegeven dat het opheffen van het bewind, voor zover bekend bij de respondenten, in de praktijk niet heel vaak aan de orde komt. Bovendien is het mogelijk om de rechthebbende nog enigszins te ontmoedigen om daadwerkelijk om opheffing te verzoeken. Een estate planner geeft aan:
“Ja, maar goed, die vijfjaarstermijn is (…) natuurlijk op zich een aardige voor degene die het erfdeel gaat krijgen. Nou ja als je daar de clausule opzet dat je in de legitieme gesteld wordt, dan word je er ook weer niet vrolijk van. En ja, je kunt het zo moeilijk mogelijk maken. Je hebt mensen die over hun graf willen blijven regeren bij wijze van spreken tot het oneindige.”
Met betrekking tot bewind wordt verder nog aangegeven dat er ook een psychologische factor is die een drempel opwerpt, namelijk dat het instellen van bewind als bevoogdend kan worden ervaren of als een motie van wantrouwen. Een goede communicatie tussen de rechthebbende en de toekomstig rechthebbenden over de redenen waarom het bewind wordt ingesteld, kan deze drempel soms weghalen.