Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/2.4.2.5.1
2.4.2.5.1 Een kwestie van rechtsopvatting
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS492614:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Van Zaltbommel 1993.
Van Zaltbommel 1993, p. 5.
Van Zaltbommel komt met het element ‘zeggingskracht’ dichtbij een cirkelredenering door te stellen dat de betekenis van het recht verband houdt met zijn zeggingskracht, waarmee hij (onmiddellijke) betekenisvolheid bedoelt (Van Zaltbommel 1993, p. 2).
De eerste twee uitbarstingen zijn het verzet tegen het legisme en het stellen van rechtvaardigheid boven rechtszekerheid.
Een benadering die zich richt op de betekenis, ook wel het verklaren en uitleggen van teksten.
Van Zaltbommel concludeert uit zijn onderzoek dat de hermeneutische benadering onhoudbaar is, omdat zij empirisch onmogelijk zou zijn (Van Zaltbommel 1993, p. 166). Bij de afsluiting van zijn betoog concludeert hij bovendien dat in de hermeneutische zienswijze ‘de grootste bedreiging voor onze rechtsstaat’ ligt, nu zij de normstelling als constructie op een bepaald moment, op een bepaalde plaats min of meer terzijde schuift.
Aan het hebben van rechtsonzekerheidsbezwaren ligt de opvatting ten grondslag dat het recht een normatief geheel is dat de antwoorden bevat voor opkomende rechtsvragen. Verwijzing naar de omstandigheden van het geval, zoals met name de open norm ‘redelijkheid en billijkheid’ dat doet, verhoudt zich slecht met de opvatting dat in toekomstige gevallen de rechtsgevolgen voorspelbaar moeten zijn; dat het rechtssysteem een eenduidige juridische oplossing biedt voor de gerezen problemen. Van Zaltbommel1 beschouwt in deze lijn open normen als de bijl aan de wortel van het rechtssysteem.
Van Zaltbommel heeft ‘een verslag van de ondergang van het recht als systeem’ geschreven.2 Hij stelt voorop dat het recht betekenis heeft door de orde die het schept (of dient) en de zeggingskracht (onmiddellijke betekenisvolheid) die het heeft.3 Het gaat hier om betekenis van het recht als systeem, waarmee Van Zaltbommel bedoelt dat het recht autonoom is (‘een zelfstandige werkelijkheid’). Verlies van zeggingskracht van het recht leidt tot afnemende autonomie van het recht, dat voor Van Zaltbommel verlies van betekenis van het recht als systeem impliceert.
De ondergang van het recht als systeem voltrekt zich, in de benadering van Van Zaltbommel, als gevolg van drie uitbarstingen. De derde betreft de vage (open) normen.4 Door het ‘overvloedige’ gebruik ervan, met name op het terrein van het overeenkomsten- en verbintenissenrecht, zijn vage normen de kern van het BW gaan uitmaken. Vanuit een systeemoptiek ontstaat hier een toenemende spanning. Tegenover de benadering van het recht als systeem staat de hermeneutische benadering5 volgens welke de definitieve normering niet is gegeven met de constructie van het recht – bijvoorbeeld door de wetgever – maar bij het gebruik van het recht. In die benadering wordt aan de geconstrueerde normen, zoals wetgeving, geen rechtszekerheidseisen gesteld en leveren open normen bijgevolg geen spanning op.6