Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/2.7.4
2.7.4 Overige relevante beginselen: coherentie, complementariteit, coordinatie, conformiteit, subsidiariteit, evenredigheid en concentratie
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS401958:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 9, tweede lid, van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen); artikel 5, tweede, derde en vijfde lid, van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO); artikel 6, tweede lid, van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds); artikel 7, tweede lid, van de Beschikking nr. 573 (EVF).
Zie artikel 9, vierde lid, van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen); artikel 5, vierde lid, van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO); artikel 6, vierde lid, van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds).
Zie artikel 9, vijfde lid, van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen); artikel 5, zevende lid, van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO); artikel 6, derde lid, van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds); artikel 7, derde lid, van de Beschikking nr. 573/2007 (EVF).
Zie artikel 12 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen); artikel 7 van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO); artikel 9, eerste lid, van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds); artikel 9, eerste lid, van de Beschikking nr. 573/2007 (EVF).
Zie bijvoorbeeld artikel 13 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie hieromtrent wat betreft de structuurfondsen Schöndorf-Haubold 2005A, p. 115-117.
Zie artikel 19 van de Verordening nr. 1083/2006 (structuurfondsen).
Zie artikel 69 van de Verordening nr. 1698/2005 (ELFPO) en artikel 12, vierde lid, van de Verordening nr. 1198/2006 (Europees Visserijfonds).
Zie hieromtrent wat betreft de structuurfondsen Schöndorf-Haubold 2005A, p. 116.
In sommige Europese subsidieregelingen zijn nog meer beginselen te vinden die ten grondslag liggen aan de verstrekking van de Europese subsidies. Zo nemen de beginselen van coherentie en complementariteit een belangrijke plaats in.1 Deze beginselen houden in dat de Europese Commissie en de lidstaten ervoor zorgen dat de Europese subsidies in overeenstemming zijn met de activiteiten, beleidstakken en prioriteiten van de EU en een aanvulling vormen op de andere financiële instrumenten van de EU. Het coördinatiebeginsel betekent dat de Europese Commissie en de lidstaten zorg dragen voor de coordinatie tussen de structuurfondsen, het Europees Visserijfonds, het ELFPO en de bijdragen uit de EIB en andere bestaande financiële financieringsinstrumenten.2 Een andere belangrijk beginsel is het beginsel van conformiteit, hetgeen inhoudt dat de projecten of acties die met Europese subsidies worden gefinancierd in overeenstemming moeten zijn met de Europese verdragen en alle krachtens deze verdragen vastgestelde besluiten.3 Voor de structuurfondsen, het ELFPO, de migratiefondsen en het Europees Visserijfonds geldt voorts het beginsel van subsidiariteit: de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de meerjarenprogramma's en wel op het passende territoriale niveau en in overeenstemming met het institutionele stelsel dat specifiek is voor elke lidstaat.4 In deze bepaling ligt het nog te bespreken beginsel van institutionele autonomie besloten. Ook het evenredigheidsbeginsel is relevant: de uitvoeringskosten van een Europese subsidieregeling, waaronder de controlekosten, dienen evenredig te zijn aan de Europese subsidies die op grond van een meerjarenprogramma kunnen worden toegekend.5
Een beginsel dat niet met zoveel woorden is terug te vinden in de Europese subsidieregelgeving die ziet op de huidige programmaperiode 2007-2013 is het beginsel van concentratie. Dit beginsel houdt in dat de armste regio's van Europa de meeste Europese subsidies dienen te ontvangen.6 Uit de Europese subsidieregelgeving blijkt dat aan dit beginsel wel degelijk wordt vastgehouden. De regio's die onder de convergentiedoelstelling vallen, dat wil zeggen de regio's die in alle opzichten 'onderaan bungelen', ontvangen meer dan 4/5 van de totale middelen.7 Ook voor het ELFPO en het Europees Visserijfonds geldt dat de meeste Europese subsidies moeten worden verstrekt aan regio's die onder de convergentiedoelstelling vallen.8 Daarnaast wordt op Europees niveau bepaald welke doelstellingen met de desbetreffende Europese subsidies moeten worden bereikt. Ook dit heeft een concentratie van middelen tot gevolg.9