Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.7.3:3.7.3 De programmarekening en de toelichting
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/3.7.3
3.7.3 De programmarekening en de toelichting
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook het overzicht van baten en lasten (art. 17 BBV) heeft een tegenhanger in de jaarstukken. Het betreft de in art. 24 lid 3 onder a BBV genoemde programmarekening. Deze programmarekening kan dus ook voor een belangrijk gedeelte worden gezien als een recapitulatie van de financiële gegevens uit de programmaverantwoording en bevat daarnaast gegevens over toevoegingen of onttrekkingen aan reserves. Met betrekking tot deze reserves geeft de programmarekening analoog aan het overzicht van baten en lasten het gerealiseerde resultaat vóór en na bestemming. Naast overeenkomsten kent art. 27 lid 1 BBV een tweetal verschillen met art. 17 BBV.
Het meest opmerkelijke verschil met de inrichting van het overzicht van baten en lasten is ook hier dat art. 27 lid 1 onder a BBV alleen spreekt van baten en lasten per programma en niet, zoals art. 17 BBV van baten en lasten per programma of per programmaonderdeel. Omdat art. 27 BBV in tegenstelling tot art. 25 BBV geen zinsnede als 'ten minste' of soortgelijke bewoordingen kent, zou een zeer letterlijke lezing van dit artikel kunnen leiden tot de conclusie dat de programmarekening geen programmaonderdelen zou mogen bevatten. Op basis van hetgeen hieromtrent reeds in paragraaf 7.1 is opgemerkt, is deze conclusie mijns inziens twijfelachtig.
Het tweede (minder ingrijpende) verschil is de plaats van de post onvoorzien. Deze komt wel voor in het overzicht van baten en lasten, maar niet meer in de programmarekening. De post duikt pas weer op in art. 28 BBV, waar wordt bepaald dat de toelichting op de programmarekening een overzicht bevat van de aanwending van de op deze post opgenomen bedragen. Met betrekking tot deze toelichting geldt mijns inziens hetzelfde als in paragraaf 5.3 is betoogd ten aanzien van de toelichting op de aldaar besproken documenten: zij behoort niet tot de programmarekening en dus ook niet tot de jaarstukken. Hierdoor kan gesteld worden dat de verantwoording over de post onvoorzien alleen plaatsvindt in de programmaverantwoording en niet in de programmarekening.
Volgens lid 2 van art. 27 BBV bevat de programmarekening niet alleen de verantwoording van de programma's, van het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en de gerealiseerde toevoegingen of onttrekkingen aan de reserves, maar ook de ramingen uit de originele begroting en de ramingen na eventuele wijziging van de begroting. De toelichting van de programmarekening bestaat, behalve uit de reeds genoemde verantwoording ten aanzien van de post onvoorzien, ook uit een analyse van de verschillen tussen de begroting en programmarekening. Daarnaast geeft de toelichting inzicht in de incidentele baten en lasten. Art. 29 BBV bepaalt dat de programmarekening tevens informatie moet bevatten die de financiële positie van de gemeente betreft, die aan het licht is gekomen in het tijdvak tussen het moment dat de programmarekening werd opgemaakt en het moment van de vaststelling daarvan, voor zover deze informatie onontbeerlijk is voor een goed inzicht in de fmanciële positie en de baten en lasten.