Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.9.7.2
3.9.7.2 V.O.S. tegen examenregeling/enquêtes over staatswetenschappen
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977238:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
VOS-M 1960, 58, p. 5.
KB van 22 december 1937, Stb. 1937, nr. 376.
KB van 13 december 1939, Stb. 1939, nr. 378; zie: A.J. Dunnebier, ’Handelsrecht op H.B.S.A’, Weekblad 18 november 1937 en W. Sleumer, ’Program der H.B.S. onder de loupe’, Algemeen Handelsblad 9 februari 1938.
Op de enquête responderen 27 van de 160 leraren staatswetenschappen.
G. Bolkestein, ’De staatswetenschappen in het M.O. en het M.O. in de Staatswetenschappen door J.P. Duyverman’, De Economist 1937, p. 503 e.v.: Duyverman geeft de actualiteit in de ogen van Bolkestein te weinig weer.
Duyverman 1938, p. 7. Dit omvat: (a) staatsinrichting, (b) staathuishoudkunde en (c) statistiek.
Duyverman 1938, p. 10;van de 134 leraren - w.o. 9 vrouwen - geven 114 staatsinrichting, 112 staathuishoudkunde en statistiek en 93 staatswetenschappen (staatsinrichting en staathuishoudkunde en de statistiek). Combinaties komen voor: 32 met geschiedenis, 23 met handelswetenschappen, 23 met (handels)recht, 3 met Nederlands, 2 met sociologie, 1 met Frans, 1 met wiskunde, 1 met tekenen en 1 met wijsbegeerte.
Ibid., p. 47 e.v.
Ibid., p. 51 en ‘Nieuwere stroomingen in het staatsinrichting-onderwijs’, PS nov. 1949, p. 307-317.
Sleumer Tzn 1938, p. VI (‘Vierjarige ‘handelsschool’, de allernuttigste school voor het eenvoudig-practische leven’, p. 262 (‘Staatsinrichting en Staathuishoudkunde vallen niet zoo in den smaak’) en Witsenboer, Het handelsonderwijs 1930.
H. Oberman, ’W. Sleumer. Het Economisch Onderwijs maatschappelijk beschouwd 1938’, TNB 1938, p. 1498.
Sleumer 1938, p. VI.
Ibid., p. 3.
Ibid., p. 7-8, 72.
Ibid., p. VI, 31.
Ibid., p. 261-262. In rangorde scoren geschiedenis, staatsinrichting en staathuishoudkunde resp. 2:1:0,3. De appreciatie van staatsinrichting op Chr. hbs'en is omgekeerd evenredig aan die op openbare hbs'en. Over de R.K. hbs'en ontbreken gegevens; Elzinga, ‘De perspectieven van het maatschappelijk onderwijs’, TNB 1937, p. 387.
Duyverman 1936, p. 154-158.
Duyverman 1938, p. 7-8.
Vgl. ’Reacties op het ADKS-rapport (Adolescentenpanel Democratische Kernwaarden en Schoolloopbanen)’, M & P 2021, 03, p. 15; ww.adks.nl/publicaties (UvA).
De V.O.S. verzet zich in 1937 tegen het voornemen de centrale examens voor staathuishoudkunde en de statistiek te beëindigen. Na de kennelijk genoegzaam overtuigende V.O.S.-interventies bij de inspectie ziet de regering hiervan af.1 De regeling wijzigt niet.2 In het voorjaar van 1938 overlegt de V.O.S. met de minister over de examenregeling hbs-a. Voorstel is voor het mondeling examen staathuishoudkunde en de statistiek vijftien minuten vast te leggen - als voor de vakken staatsinrichting en recht - en vanaf 1939 20 minuten.3
Duyverman: positie en didactiek der staatswetenschappen
Na overleg ten departemente verschijnt eind 1938 een adres van de V.O.S. met de resultaten van een onder leraren staathuishoudkunde en de statistiek gehouden enquête over de voorstellen van de studiecommissie-De Vries.4 Na de enquête in 1937 onder de staatswetenschappers maakt Duyverman in 1938, daartoe aangezet door Bolkestein in een recensie in De Economist5, de resultaten bekend van de positie en didactiek van staatswetenschappen.6 Er waren 134 respondenten (80% van de populatie).7 De vragen gaan over de: (a) curriculumpositie van staatswetenschappen, (b) leerboeken en de plaats in de les, (c) het dicteren van leerstof en (d) gebruik van de krant. Aspecten van coïnstructie, methodiek en ‘Queerverbindungen van staatswetenschappen’ (cross-curriculaire lessen) zijn aangeboden.8
Duyverman: methodisch-didactische ontwikkelingen entameren
Duyverman wil het staatswetenschappelijk onderwijs methodisch-didactisch ontwikkelen, ‘waardoor de vraag over de practische waarde en de wenselijkheid van staatswetenschappen afneemt’.9 Terzelfder tijd komt Sleumers onderzoek over de maatschappelijke relevantie en appreciatie van het economisch/ maatschappelijk onderwijs op hbs-a en hhs uit.10 In een boekbespreking ziet recensent Oberman de minutieuze vlijt waarmee Sleumer zijn bronnen (>300) heeft gezocht als grote verdienste. Het boek bevat meer dan 930 noten, wat, volgens Oberman, ‘geen gevolg is van gewichtigdoenerij, doch van de zucht om alles te zeggen en te verantwoorden: een standaardwerk’.11
Sleumer: appreciatie hbs'ers staatsinrichting groter dan staathuishoudkunde
In zijn Ter inleiding op Sleumers dissertatie waarschuwt Bolkestein voor ´de exclusiviteit van hbs-a als opleiding in de voorbereiding van leerlingen op de maatschappij, daar de ontwikkeling van hbs-a […] een belangrijk sociologisch verschijnsel is, dat door humanioristen en voorstanders van exacte vakken erkenning verdient’.12 De centrale vraag is in hoeverre de maatschappij de ontwikkeling van economisch onderwijs beïnvloedt. De naam handelsschool is beperkt, want dit betekent het opleiden tot dienaar van Mercurius.13 De strijd voor het economisch onderwijs rond 1900 gaat om de regeling op hbs-a en ‘de officiële waardering van dit onderwijs’, stelt Sleumer14 die de maatschappelijke betekenis voor arbeiders heeft onderzocht.15 Illustratief is de appreciatie van hbs'ers voor de staatswetenschappen die ze hoger aanslaan dan aardrijkskunde, geschiedenis, handelswetenschappen en recht, waarbij staatsinrichting hoger scoort dan staathuishoudkunde en de statistiek.16
Doorwerking van staatsburgerlijke vorming
Over de doorwerking van staatsburgerlijke vorming in het vhmo zijn enquêtes gehouden onder de leerlingen en de leraren over de appreciatie van de staatswetenschappen. Duyverman en Sleumer hebben deze enquête in het interbellum uitgezet. De eerste resultaten zijn in 1936 in Duyvermans dissertatie verschenen. De conclusies zijn niet verrassend. ‘Staatsinrichting is ’droog en saai’. Het is ‘een dor weetjesvak’.17 Staatsinrichting is, gezien de cognitieve exameneisen, anderhalve eeuw een kopie van het academische constitutioneel recht: een intellectualistisch hbs-vak, passend in wat Thorbecke voor ogen had: nuttige vorming tot burger in maatschappij, nijverheid en handel.
Duyverman: appreciatie-onderzoeken over het hbs-vak staatsinrichting
De in 1938 gepubliceerde resultaten van het vervolgonderzoek van Duyverman zijn evenmin verrassend.18 Ze bevestigen het beeld van staatsinrichting. Sleumers’ onderzoek onder hbs'ers over de staatswetenschappen levert geen significant andere resultaten op. Zij ervaren staatsinrichting niet als saai, maar vooral als ‘ver-weg’.19 In de les gaat het eerder over lokale politieke kwesties dan over de ‘grote politiek’. Er zijn voor de doorwerking dan ook twee soorten staatsinrichting te duiden: (a) politiek dichtbij mensen en (b) Haagse politiek. De vraag welke doorwerking staatsburgerlijke vorming als leeropbrengst naar de toekomstige participatie van leerlingen heeft, is niet anders dan aan de hand van doelbepalingen, exameneisen en leerboeken staatsinrichting te onderzoeken.