Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.10.3.1:3.10.3.1 Artikel 328bis Sr
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/3.10.3.1
3.10.3.1 Artikel 328bis Sr
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS576403:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie De Bree 2006, p. 207; Vgl. Van Schaik 1946.
De maximale boete bedraagt €67.000 (vijfde categorie, natuurlijke personen).
De Bree 2006, p. 207. Zie voor de ongeoorloofde mededinging Asser/Hartkamp 4-III (2006), nr. 47 e.v; Zie bijvoorbeeld ook Onrechtmatige Daad (oud), hoofdstuk VI (Martens).
HR 12 juni 1984, NJ 1985, 174(Piet H.). Het betrof in deze zaak een geval van een verboden aanbestedingsafspraak (bid rigging).
Zie Korsten 2004, p. 330.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Theoretisch kan een aanzienlijk deel van de overtredingen van artikel 6 Mw reeds nu al met behulp van artikel 328bis van het Wetboek van Strafrecht (Sr) worden gehandhaafd door het Openbaar Ministerie (om).1 Het uit 1915 stammende artikel 328bis Sr luidt:
'Hij die, om het handels- of bedrijfsdebiet van zichzelf of van een ander te vestigen, te behouden of uit te breiden, enige bedrieglijke handeling pleegt tot misleiding van het publiek of van een bepaald persoon, wordt, indien daaruit enig nadeel voor concurrenten van hem of van die ander kan ontstaan, als schuldig aan oneerlijke mededinging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vijfde categorie.'2
Artikel 328bis Sr vormt de strafrechtelijke variant van de civielrechtelijke aansprakelijkheid uit ongeoorloofde mededinging (een variant van de onrechtmatige daad), maar is niet beperkt tot oneerlijke mededingingssituaties.3 Hoewel het om artikel 328bis Sr, voor zover bekend, tot nu toe niet heeft ingezet bij een kartel, heeft de Hoge Raad in 1984 bepaald dat een kartelsituatie onder artikel 328bis Sr strafbaar is gesteld.4
Het Wetboek van Strafrecht bevat verder geen specifieke delictsomschrijvingen die betrekking hebben op door de Mededingingswet verboden gedragingen. De toepasselijkheid van artikel 184 Sr betreffende het niet voldoen aan een ambtelijk bevel op overtredingen van artikel 69 lid 1 Mw (overtreding van de medewerkingsplicht) wordt in artikel 69 lid 3 Mw zelfs uitgesloten. Bij overtreding van de Mededingingswet kunnen echter soms algemene delicten uit het Wetboek van Strafrecht een rol spelen. Naast de zojuist behandelde situatie van oneerlijke mededinging (artikel 328bis Sr) valt te denken aan actieve corruptie (artikelen 177 Sr en 177a Sr), passieve corruptie (artikelen 362 en 363 Sr), de bekendmaking van een bedrijfsgeheim of het schenden van een ambtsgeheim (artikelen 272 en 273 Sr), oplichting (artikel 326 Sr), private omkoping (artikel 328ter Sr), schending van geheimhouding van vertrouwelijke gegevens door de betrokken ambtenaren (artikel 272 Sr en artikel 125a lid 3 Ambtenarenwet) en valsheid in geschriften (artikel 225 Sr e.v.).5 Diverse algemene delicten spelen een rol (of hebben een rol gespeeld) bij de strafrechtelijke vervolging en veroordeling van personen die betrokken waren bij de bouwfraude.