Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie
Einde inhoudsopgave
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/11.5.1:11.5.1 Inleiding
Bestuurdersaansprakelijkheid in theorie (IVOR nr. 108) 2017/11.5.1
11.5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. W.A. Westenbroek, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. W.A. Westenbroek
- JCDI
JCDI:ADS344867:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als bij aansprakelijkheid van tweedegraads bestuurders op grond van art. 2:9 BW jo. art. 2:11 BW, zal ook wanneer de rechtspersoon-bestuurder ex art. 6:162 BW aansprakelijk is, in beginsel (in beginsel, omdat het niet per definitie zo hoeft te zijn, zie daarover par. 11.6 hierna) uiteindelijk tenminste één van de achterliggende tweede- of derdegraads natuurlijk persoon-bestuurders aansprakelijk zijn op grond van art. 6:162 BW. De vraag die ik hieronder in dat verband centraal stel, is of dat een gevolg is van de toepasselijkheid van art. 2:11 BW op art. 6:162 BW-aansprakelijkheid, zoals dat uit de hierna te behandelen parlementaire geschiedenis blijkt, of dat hier een andere reden voor bestaat. Daartoe zal ik hieronder eerst kort stilstaan bij de relevante parlementaire geschiedenis.