De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.3.2.5.a:VII.3.2.5.a Inleiding
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/VII.3.2.5.a
VII.3.2.5.a Inleiding
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242680:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In deze paragraaf komen onderdelen terug uit een eerder verschenen bijdrage, zie N. Kreileman, ‘De aansprakelijkheid van de niet-uitvoerende bestuurder ex art. 2:138 en 2:248 BW’, in: G. van Solinge e.a. (red.), Aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen. Nadere terreinverkenning in een uitdijend rechtsgebied, Deventer: Wolters Kluwer 2017, p. 201-220.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De collectieve aansprakelijkheid van art. 2:9 BW kan tot onbillijke uitkomsten leiden. Voorstelbaar is dat de niet-uitvoerende bestuurder op grond van de taakverdeling niet betrokken is geweest bij de normschending. Art. 2:9 lid 2 BW biedt de niet-uitvoerende bestuurder in dat geval de mogelijkheid zich aan de gevestigde aansprakelijkheid te onttrekken. In deze subparagraaf sta ik stil bij de disculpatiemogelijkheid van de niet-uitvoerende bestuurder.1
Om de aansprakelijkheidsdans van art. 2:9 lid 2 BW te ontspringen, moet de niet-uitvoerende bestuurder in de eerste plaats aantonen dat hem persoonlijk, mede gelet op de taakverdeling, geen ernstig verwijt kan worden gemaakt van het vastgestelde onbehoorlijke bestuur. Vervolgens moet hij aantonen dat hij, zodra hij wist of behoorde te weten dat een medebestuurder zijn taak onbehoorlijk vervulde, niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijke bestuur af te wenden. Door het verbindingswoord ‘en’ in art. 2:9 lid 2 BW kan er geen misverstand over bestaan dat de voorwaarden voor een succesvolle disculpatie cumulatief zijn. De niet-uitvoerende bestuurder kan derhalve uitsluitend aan aansprakelijkheid ontkomen, indien hij met succes stelt en zo nodig bewijst dat aan beide voorwaarden is voldaan.