Burgerschap op orde
Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.2.6.2:10.2.6.2 Reactie op de voorstellen van de Afdeling advisering
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/10.2.6.2
10.2.6.2 Reactie op de voorstellen van de Afdeling advisering
Documentgegevens:
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977407:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Raad van State en Nader rapport, p. 8.
Ibid., p. 17.
Ibid., p. 18.
Vgl. Onderwijsraad, Grenzen stellen, ruimte laten, Den Haag 2021.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De regering verduidelijkt een aantal zaken naar aanleiding van het advies van de Afdeling. Naast kerndoel 36 (po) en 44 (vo) kan kerndoel 6 (debatvaardigheden) (po) in het vak Nederlands worden gerealiseerd.1 Het non-discriminatieverbod vormt reeds nu een grens aan de onderwijsvrijheid.2 Er komt geen toezichtkader dat de wettelijke ruimte voor de scholen invult. De memorie van toelichting wordt ten aanzien van de zorgplicht van het bevoegd gezag voor de schoolcultuur uitgebreid.3 De sectorraden PO en VO krijgen ondersteuningsfaciliteiten in projectvorm voor de scholen bij de implementatie van de burgerschapsopdracht en het ontwikkelen van hun schooleigen doorlopende leerlijn burgerschap.
De regering heeft het advies van de Afdeling over het vastleggen van een verantwoordingsplicht niet overgenomen.4 Dit alternatief van de Afdeling voor de zorgplicht van het bevoegd gezag voor een veilige schoolcultuur ziet de regering te zeer als een (papieren) verantwoordingsplicht in het schoolplan en de schoolgids. De wijzigingen in het wetsvoorstel en in de memorie van toelichting, gericht op een zorgplicht van het bevoegd gezag voor een schoolcultuur die in overeenstemming is met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en voor een omgeving, waarin leerlingen worden gestimuleerd actief te oefenen met de omgang met deze basiswaarden en een verduidelijking van daarbij te hanteren kaders, zijn aangebracht. Daarbij is rekening gehouden met een positieve zorgplicht, de opdracht in het Regeerakkoord 2017 (het handelen overeenkomstig de basiswaarden van de democratische rechtsstaat) en de opmerkingen van de Afdeling over de bepaaldheid van de wettelijke opdracht met een mogelijk spanningsveld tussen de grondrechten. De wijzigingen betreffen de beperkte zorgplicht van het bevoegd gezag voor een veilige schoolcultuur, waarin de schoolgemeenschap haar rol heeft en de wijze waarop de burgerschapsopdracht invulling moet krijgen.5 Tenslotte is het primaat van de schooleigen invulling van burgerschapsvorming expliciet gemaakt en de terughoudendheid van het inspectietoezicht op de vaardighedencomponent en de zorgplicht benadrukt.6