Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/6.2.5
6.2.5 Transparantie over de gegevensverstrekking
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS376482:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Belastingdienst en transparantie: nog geen vrienden, Hertoghs beschouwt, 5 februari 2018. ‘De vraag of de Belastingdienst volledig transparant moet opereren, moet op het eerste gezicht natuurlijk volmondig met ja beantwoord kunnen worden. Wat heeft de Belastingdienst immers te verbergen? De overheid is van ons allemaal. (…) Laat de Belastingdienst op het gebied van transparantie nu eens zelf het goede voorbeeld geven!’, geraadpleegd: 6 februari 2018.
Hof ’s-Hertogenbosch 13 april 2018, ECLI:NL:GHSHE:2018:1593
Verwerkingen van persoonsgegevens moeten worden gemeld bij het College bescherming persoonsgegevens of bij de functionaris voor de gegevensbescherming (art. 27 Wbp), zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/formulieren/2014/03/10/meldingenregister-verwerking-persoonsgegevens-belastingdienst-en-fiod, geraadpleegd: 29 november 2017. Bij inwerkingtreden van de AVG is dit register aangepast. Zie Overzicht van verwerking van persoonsgegevens door de Belastingdienst, 24 mei 2018, https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/verw_persoonsgegevens_belastingdienst_al5303z5fd.pdf, geraadpleegd 25 mei 2018.
P. Essers, Nudging, WFR 2017/105.
Belastingdienst, 14e halfjaar rapportage januari-juli 2014, p. 16.
https://www.fec-partners.nl/nl/organisatie/organisatie, geraadpleegd: 28 maart 2017.
Stcrt. 2016, 72403; zie ook Handboek Beveiliging Belastingdienst - Deel B: Algemene Uitvoeringsrichtlijnen, december 2012, geraadpleegd via www.tenderned.nl.
Kamerstukken II 2014/15, 26 653, nr. 355, bijlage bij de brief, Inventarisatie gegevensbestanden en koppelingen.xls; zie ook bijlagen 13, 14 en 15.
Geheimhoudingsplicht Belastingdienst wordt misbruikt, L. Jeager, 1 oktober 2015, https://blog.jaeger.nl/nl/geheimhoudingsplicht-belastingdienst-wordt-misbruikt/, geraadpleegd: 31 juli 2017.
Met de zeven genoemde toezichthouders zijn interviews gehouden. Daarin heb ik onder andere gevraagd naar de huidige gegevensverstrekking door de Belastingdienst. Uit die gesprekken komt naar voren dat er ook gegevensuitwisseling plaatsvindt door individuele medewerkers van de Belastingdienst. Vanwege de vertrouwelijkheid van die gegevens en de toegezegde geheimhoudingsplicht, kan hier geen nadere duiding over worden gegeven en dient deze informatie zonder bronvermelding als signaal te worden gekwalificeerd; zie ook Geheimhoudingsplicht Belastingdienst wordt misbruikt, L. Jeager, 1 oktober 2015, https://blog.jaeger.nl/nl/geheimhoudingsplicht-belastingdienst-wordt-misbruikt/, geraadpleegd: 31 juli 2017.
Kamerstukken II 2017/18, 31 066, nr. 390, Belastingdienst, Handhavingsbrief 2018, p. 13.
Kamerstukken II 2014/15, 26 653, nr. 355, bijlage bij de brief, Inventarisatie gegevensbestanden en koppelingen.xls.
De Moor-van Vugt e.a., Gegevensuitwisseling door Toezichthouders, Onderzoek uitgevoerd in opdracht van het WODC, Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, p. 36.
Zie bijvoorbeeld het verstrekken gegevens in het kader van Summit. Daarover vermeldt de Belastingdienst dat gegevens worden verstrekt ten behoeve van ‘Systeem voor de verwerking van politiegegevens’, ex. artikel 3 Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, Kamerstukken II 2014/15, 26 653, nr. 355, bijlage bij de brief, Inventarisatie gegevensbestanden en koppelingen.xls, regel 107.
Bijvoorbeeld de laatste toevoeging aan de lijst met structurele ontheffingen per 1 juli 2015, Het bestuur van de Nederlandse emissieautoriteit (Nota van Toelichting bij de wijziging van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen, nr. DB2015/245M, Stcrt. 2015, 17966) en het kunnen verstrekken van inkomensverklaringen aan verhuurders (wet van 30 maart 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (gegevensverstrekking Belastingdienst, Stb. 2016, 124).
Het Handboek Beveiliging Belastingdienst 2014: ‘Op centraal niveau van een organisatie wordt regie gevoerd over externe toegang van derden tot gegevens en over externe gegevensuitwisseling met ketenpartners.’ Voor deze beheersmaatregel geldt echter de volgende afbakening ‘Bij de hier bedoelde gegevensuitwisseling met derden worden niet de gegevens bedoeld die uitgewisseld worden met het publiek of klanten in het primaire proces.’ Handboek Beveiliging Belastingdienst, Deel C, Normen, p. 22, https://docplayer.nl/36277210-Handboek-beveiliging-belastingdienst- deel-c-normen.html, geraadpleegd: op 12 mei 2017.
Handboek Beveiliging Belastingdienst, Deel C, Normen, p. 22. Deze registratie geldt niet voorzover het gegevens betreft die worden uitgewisseld met het publiek of klanten in het primaire proces; https://docplayer.nl/36277210-Handboek-beveiliging-belastingdienst-deel-c-normen.html, geraadpleegd: 12 mei 2017.
In een brief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (31 oktober 2014, kenmerk 2014-0000160202) kan de minister geen kwantitatieve duidelijkheid verschaffen over de aantallen. Ook onderzoek naar de koppelingen van databestan den tussen bestuursorganen leverde in het verleden alleen maar onduidelijkheid op (zie o.a. Kamerstukken II 2014/15, 26 653, nr. 355).
Laatste publieke versie Belastingdienst Beheersverslag 2011. Zie voor het meest recente beheersverslag: Het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2016, Kamerstukken II 2016/17, 34 725 nr. 1 en nr. 2.
De Belastingdienst volstaat met het opnemen van de verwerking van persoonsgegevens in het openbare meldingsregister, zie brochure ‘De Belastingdienst en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp), https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/belastingdienst_wet_bescherming_persoonsgegevens_al5331z2pl.pdf, geraadpleegd: 12 mei 2017. Bij inwerkingtreden van de AVG is dit register aangepast. Zie Overzicht van verwerking van persoonsgegevens door de Belastingdienst, 24 mei 2018, https://download.belastingdienst.nl/belastingdienst/docs/verw_persoonsgegevens_belastingdienst_al5303z5fd.pdf, geraadpleegd 25 mei 2018.
Toepassing van de uitzonderingsregel zoals opgenomen in de Wbp voor wettelijke gegevensverstrekking (art. 34 lid 5 Wbp) en de ontheffing op grond van het criterium van onevenredige inspanning (art. 34 lid 4 Wbp) zouden hiervoor de mogelijkheid kunnen bieden. Vgl. beroep op de wettelijke gegevensverstrekking onder verwijzing naar het verstrekken van gegevens aan CBS, zie Kamerstukken II 25 892, nr. 3, p. 155-156.
J. de Zeeuw, Informatieverstrekking door de fiscus. Ontheffing van de fiscale geheimhoudingsplicht in het licht van privacywetgeving, Registratiekamer, december 1999, p. 30.
Voor het uitwisselen van fiscale gegevens en inlichtingen binnen Europa is onder andere de EU samenwerkingsrichtlijn, richtlijn 2011/16/EU van 15 februari 2011.
Redenen voor afschaffen waren, volgens de staatssecretaris, gelegen in het niet langer (onnodig) vertragen van gegevensuitwisseling en de niet-negatieve ervaring bij het afschaffen van de kennisgeving bij automatische gegevensuitwisseling. Kamerstukken II 2013/14, 33 753, nr. 3, p. 11; zie ook Stb. 2013, 566.
Kamerstukken II 2013/14, 33 753, nr. 6, p. 7; zie ook K.R.C.M. Jonas en J.A.R. van Eijsden, De kennisgeving vooraf bij internationale uitwisseling van informatie verdwijnt. En daarmee de rechtsbescherming ook!, WFR 2013/1180; J.A. Booij, Afkalving rechtsbescherming bij informatie-uitwisseling aan het buitenland? In: TFO 2017/152.5.
Kamerstukken II 2012/13, 25087, nr. 53; zie ook Kamerstukken II 2011/2012, 25087, nr. 28 en bijlage.
Aantekening Redactie Vakstudie Nieuws bij reactie staatssecretaris van Financiën, Kamerstukken I 2013/14, 33752, D, V-N 2013/65.3.
HvJ EU, 1 oktober 2015, nr. C-201/14 (Smaranda Bara e.a.). Het Europese Hof van Justitie oordeelt ‘dat de vereiste van een eerlijke verwerking van de persoonsgegevens een overheidsinstantie ertoe verplicht om de betrokkenen te informeren over het feit dat hun gegevens zullen worden overgedragen aan een andere overheidsinstantie met het oog op hun verwerking door deze laatste instantie in haar hoedanigheid van adressant van de gegevens. De richtlijn[MS: voor bescherming persoonsgegeven] vereist uitdrukkelijk dat elke eventuele beperking van de plicht tot informatieverstrekking wordt gesteld in een wettelijke maatregel.’
Nationale ombudsman, 28 oktober 2013, nr. 2013/152 (V-N 2013/59.5); zie ook Aantekening Redactie Vakstudie Nieuws bij reactie staatssecretaris van Financiën, Kamerstukken I 2013/14, 33752, D, V-N 2013/65.3.
Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, p. 13.
https://www.fec-partners.nl/nl/veel_gestelde_vragen#, Vraag: ‘Waar kan ik de wettelijke basis van het FEC vinden? Antwoord: Die is vastgelegd in het Convenant houdende afspraken over de samenwerking in het kader van het Financieel Expertise Centrum, gepubliceerd in de Staatscourant van 7 februari 2014 (jaargang 2014, nummer 2351) en is op deze site te raadplegen.’ geraadpleegd: 5 mei 2017.
L.E.C. Neve, Internationale standaard voor inlichtingenuitwisseling en mogelijkheden tot verzet: botsende visies, MBB 2016/7-8, p. 294-307.
J.E.J. Prins, Function Creep en Privacy, Justitiële verkenningen, 2011, nr. 8, p. 11 e. v.
Raad van State, Ongevraagd advies over de effecten van de digitalisering voor de rechtsstatelijke verhoudingen, 31 augustus 2018, Kamerstukken II 2017/18, 26643, nr. 557, p. 9.
Rb. Midden-Nederland 1 febuari 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:468,’Hoewel het Uwv [de gegevensontvanger] zich daarbij mag baseren op gegevens van de Belastingdienst [de gegevensverstrekker], zal het Uwv zich ervan bewust moeten zijn dat deze niet altijd (meer) juist zijn.’
HvJ EU 16 mei 2017, nr. C-682/15 (Berlioz Investment Fund SA).
Uit het rapport van het International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD) ‘Observatory on the Protection of Taxpayers’ Rights, 2015-2017 General Report on the Protection of Taxpayers’ Rights’ 26 april 2018, komt naar voren komt dat de fiscale autoriteiten in sommige landen internationaal belastinggegevens uitwisselen zonder medeweten van burgers en bedrijven. Het Financieel Dagblad kopt daarover dat rechtsbescherming van belastingbetalers verbetering verdient (28 mei 2018)..
De staatssecretaris van Financiën geeft naar aanleiding van Tweede Kamervragen omtrent het rapport van het IBFD omtrent het gebrek aan rechtsbescherming bij internationale gegevensuitwisseling (26 april 2018) en het bericht daaromtrent in het Financieel Dagblad (28 mei 2018) aan dat (1) Nederland niet in het onderzoek is betrokken, en (2) de Awb en AWR voldoende rechtsbescherming biedt. De staatssecretaris antwoordt ‘Ik heb er echter vertrouwen in, zoals hiervoor ook aangegeven, dat de rechten van de Nederlandse belastingplichtigen worden gewaarborgd door het nationale en internationale juridische kader en de toegang tot de rechter.’ Brief van staatssecretaris van Financiën, 5 juli 2018 met kenmerk 2018-0000104155.
Over het kunnen toepassen van open normen bestaan meerdere bezwaren: het zou de rechtszekerheid en rechtsgelijkheid kunnen aantasten. Zie R.J. Anderson, Open normen in de fiscale wetgeving, Dit behoort u te kennen (want wij kenden het niet …), 2018, WFR 2018/5. Anderson geeft aan dat de open norm, met een abstract aggregatieniveau, de inspecteur de mogelijkheid biedt het onderscheid gelijk-ongelijk steeds verder te perfectioneren en leent zich voor situaties met antimisbruik. Voor het (kunnen) uitkristalliseren van de concrete toetspunten middels jurisprudentie is transparantie noodzakelijk.
Met het ontbreken van een duidelijk en transparant beleid is het voor burgers en bedrijven daarom moeilijk, zo niet onmogelijk, de rechtmatigheid van een gegevensverstrekking te toetsen.1 De wijze waarop dat geschiedt blijft namelijk voor hen onzichtbaar. Uit de jurisprudentie komt zelfs naar voren dat de inspecteur gegevens mondeling - tijdens zogenaamde ‘keukentafelgesprekken’ - verstrekt zonder enige vastlegging van de verstrekte gegevens noch belangenafweging.2 Dat maakt een controle op het uitoefenen van gegevensuitwisseling voor een ieder onmogelijk.
De Belastingdienst en het ministerie van Financiën als eindverantwoordelijke geven überhaupt weinig informatie over het verstrekken van gegevens aan derden. Ook de wijze waarop dit plaatsvindt is nogal summier evenals de informatie over de belangenafweging. Over de organisatorische inbedding is eveneens weinig bekend. Dat geldt ook over de omvang en de aard van de gegevensverstrekking, daarin is de Belastingdienst uiterst terughoudend. Daarover kan slechts een beeld worden gevormd voorzover de Belastingdienst daarover verantwoording aflegt aan de Tweede Kamer en dat is incidenteel en veelal gerelateerd aan omissies.
Ook de burgers en bedrijven wiens gegevens het betreft, worden daar slechts sporadisch over in kennis gesteld. De Belastingdienst beperkt zich tot hetgeen is opgenomen in het algemene meldingsregister ten aanzien van persoonsgegevens (ex art. 27 Wbp), convenanten (zie www.belastingdienst.nl) en de uitvoeringsregeling (art. 43c Uitv. reg. AWR).3 Een schets van de praktijk levert niet meer op dan het beeld dat de Belastingdienst uiterst spaarzaam is in zijn transparantie. En dat is voor een adequate rechtsbescherming te weinig. De vraag wie de Belastingdienst controleert op de strikte naleving van de regels blijft dan ook onbeantwoord. En dat, om met de woorden van Essers te spreken, terwijl een integere overheid (veel) meer waard is dan een maximale compliance.4 Daarmee wil ik niet zeggen dat de Belastingdienst in ernstige mate onrechtmatig handelt: het tegendeel is echter niet vast te stellen. En ligt het niet voor de hand dat die onzekerheid juist een bron van wantrouwen is? Dit rechtvaardigt een meer diepgaande beschouwing.
Informatieloketten
Ook over de organisatorische inbedding van het delen van gegevens is het – alsmede over de aard en omvang – het gissen. De FIOD vervult hierin van oudsher een rol.5 De Belastingdienst beschikt ook over regionale Informatieloketten. Voorbeelden hiervan zijn de samenwerkende groep van aanspreekpunten voor de Externe Overheidssamenwerking (EOS)6 en het Financieel Expertise Centrum (FEC).7 Zij geven uitvoering aan specifieke convenanten waarvoor zij zijn aangewezen. Voor de massale administratieve processen is Belastingdienst/Centrale administratieve processen (B/CAP) verantwoordelijk.8 Hierbij gaat het in het bijzonder om het voldoen aan de wettelijke verplichting tot het verstrekken van gegevens (art. 67 lid 2 letter a AWR). In beperktere mate gaat het om het verstrekken van gegevens op basis van de ministeriële regeling (art. 67 lid 2 letter b AWR juncto art. 43c Uitv. reg. AWR).9
Tenslotte kunnen ook op individueel (medewerkers) niveau – al dan niet als gemandateerd inspecteur – allerlei ‘bekendmakingen’ plaatsvinden.10 Veelal zal dit gepaard gaan met het raadplegen van een dossier van een bepaalde persoon (burger of bedrijf). Dit is praktijk.11 Hiervoor is de grondslag met name gelegen in de ministeriële regeling tot het verstrekken van gegevens (art. 67 lid 2 letter b AWR juncto art. 43c Uitv. reg. AWR). Maar de individuele medewerker kan ook – met ontheffing van de minister – allerlei dossierstukken verstrekken (art. 67 lid 3 AWR).12 De diversiteit aan loketten heeft haar weerslag in een even grote variatie in procedures.
De aard en omvang van de gegevensverstrekking
De aard en omvang van de gegevensverstrekking is eveneens in nevelen gehuld. Gelet op de organisatorische inrichting rondom de loketten blijft het niet beperkt tot enkele gevallen. De Belastingdienst geeft hierover aan ‘Samenwerken met andere overheden maakt een belangrijk onderdeel uit van de handhavingsstrategie van de Belastingdienst.’13 Dat die omvangrijk is geworden en geautomatiseerd, blijkt uit de rapportage in 2015 van de minister van Justitie aan de Tweede Kamer.
Uit de bijlage van dat rapport komt naar voren dat de Belastingdienst met behulp van 122 verschillende data-koppelingen toegang verstrekt tot bijna 100 gegevensbestanden verstrekt aan derden.14 Voor de goede orde: dit betreft zowel koppelingen in het kader van art. 67 lid 2 letter a AWR als van art. 67 lid 2 letter b AWR juncto art. 43c Uitv. reg. AWR. Dit is evenwel een momentopname. De minister besluit zijn brief aan de Kamer als volgt: ‘De dynamiek rond het koppelen van databestanden is van dien aard dat een overzicht erover bijvoorbeeld een jaar weer anders zou kunnen uitzien.’15 Of hier sprake is van het verstrekken dan wel dat de bestuursorganen zelfstandig over de gegevens kunnen beschikken, blijkt niet uit de rapportage. Wat is immers koppelen? Louter het doorgeven van persoonsgegevens?16 Het is geen wettelijk bepaald noch eenduidig omschreven begrip.17 Het is evengoed mogelijk dat het gaat om een fysieke koppeling.18 Wat de actuele stand is, is niet openbaar. Wel is bekend dat het aantal is uitgebreid met nieuwe afnemers en nieuwe behoeften bij bestaande afnemers.19
Op geen enkele wijze verstrekt het ministerie van Financiën noch de Belastingdienst informatie over de aard en omvang van die verzoeken.20 Volgens het beveiligingsbeleid van de Belastingdienst moet van alle externe gegevensuitwisseling een centrale registratie worden bijgehouden waaruit de wederpartij, soort gegevens en wijze van uitwisseling blijkt.21 Of dat ook gebeurt is onbekend, waardoor het onduidelijk is of de Belastingdienst zelf inzicht heeft in de kwantiteit, kwaliteit en aard van de gegevensverstrekking aan derden. Een centrale registratie van gegevensverstrekkingen met andere bestuursorganen lijkt niet plaats te vinden.22 In het beheersverslag van de Belastingdienst noch in het Financieel Jaarverslag van het Rijk wordt enige melding gemaakt van de aard en omvang van de gegevensverstrekking.23 De Belastingdienst is wat dat betreft wél een gesloten bastion. Ten onrechte naar mijn mening.
Kennisgeving burgers en bedrijven
Eenzelfde geslotenheid is te zien bij het proces van bekendmaking van gegevens aan de betrokken burgers en bedrijven zelf. De Belastingdienst hanteert bij het verstrekken van gegevens aan anderen als uitgangspunt dat de betreffende burgers en bedrijven daar niet van verwittigd worden. De Belastingdienst informeert in de regel in geen van de gevallen actief een betrokkene over wie gegevens en inlichtingen worden gedeeld.24 Zelfs niet waar het persoonsgegevens betreft en waarvoor de hoofdregel van transparantie geldt.25 In het VIV 1993 was daarover niets opgenomen. Maar dat voldeed op dat punt toen ook al niet aan de vereiste transparantie.26
Met de wijziging naar de wettelijke regeling van artikel 67 AWR – met de drie mogelijkheden tot bekendmaking – is dat niet veranderd. Enige vorm van kennisgeving is er eenvoudig weg niet. De staatssecretaris acht de regeling al voldoende specifiek genoeg.27 Met andere woorden, het is voor burgers en bedrijven voldoende kenbaar daar er bepaalde informatie over hen kan worden gedeeld. En dat is volgens de bewindsman voldoende. Dit standpunt komt ook naar voren in de parlementaire behandeling van de Wet uitwisseling inlichtingen over rulings.28 De staatssecretaris van Financiën acht het niet noodzakelijk betrokkenen in kennis te stellen van die gegevensuitwisseling. De bewindsman motiveert zijn standpunt als volgt: ‘Bij automatische uitwisseling van inlichtingen geldt dat kenbaar is welke informatie in welke situatie wordt uitgewisseld.’ De bewindsman voegt daar nog aan toe dat: ‘een belastingplichtige die internationaal actief is en een ruling aanvraagt, weet of kan weten dat mogelijk informatie over hem wordt uitgewisseld.’29 Rechtsbescherming acht de bewindsman niet noodzakelijk. Die is er naar zijn mening nooit geweest en past ook niet bij de aard van deze [MS: automatische] vorm van gegevensuitwisseling.
Hierbij wil ik een drietal kanttekeningen plaatsen. Het is ten eerste nog niet zo lang geleden dat in het kader van internationale gegevensuitwisseling de betreffende belastingplichtige in kennis werd gesteld van (voorgenomen dan wel plaatsgevonden) informatieuitwisseling vanuit de Wet op de internationale bijstandverlening bij de heffing van belastingzaken (art. 5 lid 2 WIB (oud). Omdat dit internationaal ‘ongebruikelijk’ is, is deze kennisgevingsprocedure, onder Europese druk, ingetrokken.30 En bij dat besluit zijn in het kader van de rechtsbescherming juist vraagtekens gezet.31 Het zou een snelle en effectieve gegevensuitwisseling bevorderen en daarmee de aanpak van de internationale belastingontwijking ondersteunen.32 Snelheid en efficiency staan volgens de redactie van de Vakstudienieuws op gespannen voet met zorgvuldigheid.33
De tweede kanttekening vloeit ook voort uit de Europese pen. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat bij de overdracht van gegevens tussen twee staten, de betrokkene geïnformeerd moet worden tenzij sprake is van een wettelijke regeling.34 In situaties waarin een wettelijke regeling ontbreekt, klaarblijkelijk wel. De vereiste transparantie – met ontheffing ingeval van een wettelijke regeling – beperkt zich naar mijn mening niet alleen tot internationale gegevensuitwisseling. Ook bij nationale gegevensuitwisseling is de inbreuk op het persoonlijke domein in het geding. Een parallel kan mogelijk worden getrokken met het oordeel van de Nationale Ombudsman met betrekking tot het verstrekken van gegevens omtrent de inkomensafhankelijke huurverhoging.35
En hoewel een bekendmaking tussen twee bestuursorganen alleen is toegestaan als dat volgens de wettelijke regeling van artikel 67 AWR niet onder het verbod valt, is daarmee nog niet gezegd dat de overdracht van die gegevens plaatsvindt volgens een wettelijke regeling. Met andere woorden, de mogelijkheid tot ontheffing is danwel wettelijk bepaald, maar de plicht vloeit niet voort uit een wettelijke bepaling.
De staatssecretaris van Financiën heeft dat ook niet beoogd. De bewindsman geeft echter expliciet aan dat de (internationale) gegevensverstrekking slechts deels gebaseerd is op een wettelijk voorschrift (ex art. 67 lid 2 letter a AWR).36 Dit in onderscheid, zo vervolgt hij, met de gegevensverstrekkingen volgens de ministeriële regelingen (ex art. 67 lid 2 letter b AWR) en de ontheffing van de minister van Financiën (ex art. 67 lid 3 AWR). De Belastingdienst kwalificeert de gegevensuitwisseling volgens de ministeriële regeling wel als op grond van een wettelijke regeling.37 Mijns inziens onterecht. Voor het verstrekken van persoonsgegevens volgens de uitvoeringsregeling of de ministeriële ontheffing is naar mijn mening een kennisgeving vereist in het kader van de transparantie. Dit komt de rechtsbescherming eveneens ten goede. Daarvoor wordt ook in de literatuur gepleit.38
Als derde kanttekening noem ik nog het borgen van de kwaliteit van de gegevens. Ter illustratie citeer ik Prins over de kwaliteit van gegevens: ‘De geschetste tendens van onbezorgd koppelen van informatiebestanden en overschrijden van domeinafbakeningen (dienstverlening, zorg en controle) – kortom hergebruik op hergebruik – kan niet anders dan het risico met zich meebrengen dat de kwaliteit van de informatie verwatert. Kenmerkend voor function creep is dat informatie wordt gedecontextualiseerd (uit de oorspronkelijke informatieomgeving gehaald) om vervolgens te worden gehercontextualiseerd (te worden gecombineerd met andere gegevens in een andere beleidscontext)’.39 De Raad van State onderkent merkt hierover het volgende op: ‘Gegevens hebben soms een betekenis die afhangt van de context waarin ze worden gebruikt. Bij het koppelen van gegevens wordt daar niet altijd rekening mee gehouden. Bovendien kan een foutief gegeven worden doorgegeven in de keten en gaat dan een eigen leven leiden.’40 En dat risico moet toch zeker worden gewogen, lijkt mij. Het is zelfs praktijk dat de gegevens van de Belastingdienst niet altijd de juiste (meer) zijn.41
Op deze plaats volsta ik met de opmerking dat het standpunt van de staatssecretaris van Financiën wringt met de (inter)nationale jurisprudentie. De bewindsman rekent de gegevensuitwisseling tot de verantwoordelijkheid van de Belastingdienst.42 De bekendheid met het kunnen verstrekken van gegevens zou voldoende waarborgen geven. Dat betwijfel ik. In de (inter)nationale gegevensuitwisseling oordeelt het Europese Hof van Justitie nu dat rechtsbescherming onontbeerlijk is.43 Het juist afwegen van het belang van de gegevensuitwisseling moet toetsbaar zijn. En zonder kennisgeving is dat niet mogelijk. Dat wordt internationaal gezien als gebrek aan rechtsbescherming.44 Mijns inziens wordt dit door de staatssecretaris miskent.45 Dit zou kunnen leiden tot een herleving van de kennisgeving. Voor de belangenafweging is een normenstelsel noodzakelijk.46 Dat is een minimale eis om toezicht op de naleving – maar nu van de overheid zelf – te kunnen houden. En dat mag van een democratische samenleving gevraagd worden.