Einde inhoudsopgave
De collateral richtlijn (R&P nr. FR12) 2015/2.2.3.2.2
2.2.3.2.2 Immobilisatie en dematerialisatie
Dr. J. Diamant, datum 27-10-2014
- Datum
27-10-2014
- Auteur
Dr. J. Diamant
- JCDI
JCDI:ADS364232:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Europees financieel recht
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. de definitie van ‘immobilisation’ in de BIS Glossary 2003: ‘placement of physical certificates for securities and financial instruments in a central securities depository so that subsequent transfers can be made by book entry, that is, by debits from and credits to holders’ accounts at the depository’. Het betreft hier niet een nieuwe wijze waarop effecten kunnen worden uitgegeven, maar een nieuwe wijze van bewaring en overdracht van effecten, anders gezegd: een nieuwe verschijningsvorm van effecten.
Op 15 april 2014 is een verordening aangenomen door het Europees Parlement die de afwikkeling van effectentransacties en CSD’s reguleert. Zie daarover nader http://ec.europa.eu/internal_market/financialmarkets/ central_securities_depositories/index_en.htm.
Zie voor een schematische weergave van bewaarstructuren van een global note: Goode/Gullifer 2013, nr. 6.07.
Vgl. de definitie van ‘dematerialisation’ in de BIS Glossary 2003: ‘the elimination of physical certificates or documents of title which represent ownership of securities so that securities exist only as accounting records’.
Schim 2006, p. 15.
Zie bijvoorbeeld Goode/Gullifer 2013, nr. 6.07.
Art. 2 lid 1 sub g Collateral Richtlijn.
Dit proces is in Nederland ingezet met de wijziging van de Wet giraal effectenverkeer in 2011. Zie daarover Wibier 2011. De Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder voorziet in België in de afschaffing van toondereffecten per 1 januari 2014.
Het in bewaring geven van toondereffecten bij banken, zodat deze kunnen worden geleverd door middel van girale boekingen, wordt aangeduid als immobilisatie van effecten.1 Tegenwoordig worden niet langer individuele toonderstukken uitgegeven, maar wordt slechts één stuk uitgegeven dat alle effecten van een bepaalde soort belichaamt: een global. Gaat het om obligaties, dan spreekt men van een global note of global bond. Wanneer het aandelen betreft wordt dit stuk aangeduid als global share. De globals worden gedeponeerd bij zogenaamde central securities depositories (hierna: ‘CSD’) of international central securities depositories (hierna: ‘ICSD’), zoals Clearstream Banking in Luxemburg, Euroclear Bank in België en Depository Trust Company in New York.2
Omdat alleen bepaalde financiële instellingen, zoals banken, rekeningen kunnen aanhouden bij een (I)CSD, ontstaat een meerledig systeem van effectenbewaring: een belegger houdt bij een bank een effectenrekening aan waarop de effecten zijn gecrediteerd en de bank staat, vaak weer via andere intermediairs, voor wat betreft haar aanspraken genoteerd in de boeken van een (I)CSD. De (I)CSD bewaart op zijn beurt de door de uitgevende instelling, zoals een staat of een onderneming, uitgegeven globals.3 De logische vervolgstap is dat er geen enkel stuk meer wordt uitgegeven, hetgeen wordt aangeduid als dematerialisatie van effecten.4 Effecten zijn in dat geval ‘volledig giraal’.5 Gedematerialiseerde effecten worden vaak op naam gesteld van een (I)CSD, opdat de administratie van gedematerialiseerde effecten eveneens via een (netwerk van) intermediair(s) verloopt.
Wanneer effecten worden vertegenwoordigd door een boeking op een rekening (geïmmobliseerde en gedematerialiseerde effecten), wordt wel gesproken van indirectly held securities of intermediated securities.6 In de Collateral Richtlijn vallen deze effecten onder de definitie van ‘activa in de vorm van giraal overdraagbare effecten’. Daaronder worden begrepen:
“als zekerheid verschafte financiële activa die bestaan uit financiële instrumenten, waarbij de eigendom van/de gerechtigdheid tot die instrumenten blijkt uit inschrijvingen in een register of op een rekening die door of namens een tussenpersoon wordt aangehouden.”7
De hierboven beschreven ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de relevantie van effecten in fysieke vorm (effecten aan toonder) in sterke mate is teruggedrongen. In veel landen is het zelfs niet meer mogelijk om effecten in toondervorm uit te geven en wordt gestreefd naar volledige dematerialisatie van effecten.8 Bovendien hebben deze ontwikkelingen ertoe geleid dat de handel in effecten nog sneller en eenvoudiger, namelijk door debiteringen en crediteringen van effectenrekeningen, kan plaatsvinden én dat effecten snel en eenvoudig, bij wijze van spreken met een druk op de knop, in zekerheid kunnen worden gegeven.