De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.4.8:4.2.4.8 Rechtstreekse toepassing en discretionaire bevoegdheden
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/4.2.4.8
4.2.4.8 Rechtstreekse toepassing en discretionaire bevoegdheden
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS396057:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook indien een bepaling in een Europese verordening een discretionaire bevoegdheid bevat, hoeft dit niet af te doen aan de rechtstreekse toepasselijkheid van deze bepaling. Voorwaarde is wel dat in de Europese verordening voldoende is uitgewerkt in welke gevallen de desbetreffende bevoegdheid kan worden uitgeoefend. Een voorbeeld biedt artikel 21 van de Commissieverordening 1120/2009 inzake de bedrijfstoeslag. Op grond van dit artikel kunnen de lidstaten de waarde van toeslagrechten verhogen of deze toewijzen aan landbouwers die hebben geïnvesteerd in een sector die in het kader van titel in, hoofdstuk 4 van de Verordening nr. 73/2009 onderworpen is aan integratie in de bedrijfstoeslagregeling. Het artikel bepaalt verder dat de toewijzing mogelijk is op basis van objectieve criteria en op zodanige wijze dat een gelijke behandeling van de landbouwers wordt gewaarborgd en markten concurrentieverstoringen worden voorkomen. De bepaling schrijft verder voor dat de lidstaten bij de vaststelling van deze objectieve criteria rekening houden met de referentieperiode en/of andere voor de integratie van de desbetreffende sector gehanteerde criteria. Dit artikel is mijns inziens rechtstreeks toepasselijk. Er is weliswaar sprake van een discretionaire bevoegdheid, maar wel is uitgewerkt in welke gevallen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan worden uitgeoefend. Vaststelling van nationaal recht is op zichzelf niet nodig om de discretionaire bevoegdheid uit te oefenen. Het is echter wel aantrekkelijk voor het nationale uitvoeringsorgaan om vast te leggen in welke gevallen hij daadwerkelijk gebruik zal gaan maken van de discretionaire bevoegdheid. Mijns inziens is het toegestaan om dit nader uit te werken in het nationale recht, tenzij uit de desbetreffende Europese subsidieverordening volgt dat in elk geval een individuele beoordeling of belangenafweging moet plaatsvinden.