Kavelruil
Einde inhoudsopgave
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.7.b:b. ‘Tegen beter weten in’
Kavelruil (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/2.II.C.7.b
b. ‘Tegen beter weten in’
Documentgegevens:
mr. J.W.A. Rheinfeld, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. J.W.A. Rheinfeld
- JCDI
JCDI:ADS479856:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Grondexploitatie
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zo blijkt uit Rb Arnhem 22 november 2011, ECLI:NL:RBARN:2011:BU4973, Notamail 2011/301, V-N 2012/7.26.6 en NTFR 2012/312.
Hof Amsterdam 17 januari 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ3675, V-N Vandaag 2012/658.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wellicht is in het voorgaande bij een enkeling het beeld ontstaan dat de fiscale beleidsvrijheid onder het Landinrichtingswet-regime, gedurende de periode dat er wel degelijk sprake was van een autonome toetsing van de kavelruil door de fiscus, onbeperkt was. Dit is echter niet het geval: wanneer de Belastingdienst bewust ingaat tegen het beleid van de DLG (‘tegen beter weten in’), wacht haar mogelijk een integrale proceskostenvergoeding.1 De verdediging van een kansloos standpunt door de inspecteur heeft daarbij invloed op de hoogte van de proceskostenvergoeding.2 De les voor de fiscus is dat fiscale beoordeling van kavelruilzaken dient te geschieden met inachtneming van de kennis en wetenschap die ten tijde van de behandeling van de zaken bekend is en kon zijn. De inspecteur dient derhalve te weten waar de civielrechtelijke en fiscale grenzen lopen op het moment dat een kavelruil fiscaal wordt getoetst. Het vergaren en op peil houden van kennis omtrent de stand van het recht dat betrekking heeft op de kavelruil is voor de fiscus, wil hij in fiscale procedures geen modderfiguur slaan, onontbeerlijk.