Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken
Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.7.1:7.3.7.1 Inleiding
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/7.3.7.1
7.3.7.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940731:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Nadat de bewijslast is verdeeld en partijen bewijsmiddelen hebben vergaard, volgt het schaakspel van de bewijsvoering of bewijslevering. De bewijsvoering behelst enerzijds de vraag naar de wijze van het opvoeren, presenteren, of aandragen van de vergaarde bewijsmiddelen. Anderzijds gaat het om het bestrijden van de (tegen)bewijsmiddelen van de wederpartij en van de aanvallen die de wederpartij doet op de ‘eigen’ bewijsmiddelen. Het uitgangspunt is daarbij opnieuw de vrije bewijsleer. Er worden in beginsel geen beperkingen opgelegd aan partijen om hun stellingen kracht bij te zetten. De wijze waarop dat gebeurt, staat partijen – binnen de door de wet en de jurisprudentie getrokken procedurele grenzen – vrij.
In paragraaf 7.3.7.2 behandel ik eerst enkele bewijsmiddelen, ter zake waarvan geen daadwerkelijke bewijslevering noodzakelijk is. Vervolgens komen in paragraaf 7.3.7.3 de spelregels van bewijsvoering aan de orde. Daaronder begrijp ik het beginsel van hoor en wederhoor, de beginselen van een goede procesorde en het verdedigingsbeginsel. Ook bespreek ik daar de wijze waarop een bewijsaanbod moet worden gedaan en de voorwaarden waaronder het mag worden gepasseerd. In paragraaf 7.3.7.4 beschrijf ik ten slotte hoe het proces van bewijsvoering eruitziet.