Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/3.11.6
3.11.6 Onderwijsnota-Cals 1955
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977114:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Mr. J.M.L.Th. Cals (1914-1971) is staatssecretaris van OKW (1950-1952), minister van OKW (1952-1963) en minister-president (1963-1965) en in 1943/44 leraar staatswetenschappen op het Bisschoppelijk College te Roermond, waar hij door onderwijsinspecteur N.S.B.-er Noordijk ‘volkomen ongeschikt is bevonden voor de functie van leeraar in de staatsinrichting. Is fel en intransingent en zal nooit nalaten onder stoelen of banken te steken hetgeen hij politiek juist acht’, in: Van der Steen 2004, p. 76-77. Van der Steen schrijft ‘leraar si en hw’: si staat voor staatsinrichting, hw staat voor (handels)recht.
Kamerstukken II 1954/55.
Bouwman & Steenhuis 2017, p. 239.
Kamerstukken II 1958/59, 5350, nr. 2 (Ontwerp van wet op het voortgezet onderwijs van 29 oktober 1958); Kamerstukken II 1958/59, 5350, nr. 3 (mvt).
Rapport van Rijkscommissie inzake overlading in het onderwijs (commissie-Op de Coul), Overlading in het onderwijs, s-Gravenhage: OKW 1957, F.J.C.M. op de Coul is directeur CBKO te ’s-Gravenhage, Toebes 1981, p. 277, Wilkeshuis 1968, p. 197 en Elias 1982, p. 39.
Commissie LEAO/MEAO (commissie-Westerveld). MEAO opgenomen in het ROC in de Wet van 31 oktober 1995, Stb. 1995, nr. 501; vgl. J. van der Scheer, ´De spreiding van onze leerboeken´, VOS-M 1957, 45, p. 5. Westerveld is inspecteur vhmo en bezit de akten MO-Staatsinrichting en -Staathuishoudkunde en de statistiek.
L. Bol, ‘Kennis van het culturele en maatschappelijke leven’, Kath. Kweekschool 1956, 4, p. 118-138.
De in 1955 verschenen Tweede Onderwijsnota-Cals (KVP)1 - als memorie van antwoord op de tijdens de behandeling van de nota-Rutten gestelde vragen van de vaste commissie voor OKW - verschilt in weinig van de Eerste Onderwijsnota, behalve in de lyceumbovenbouw2 met de vakkenpakketten.3 Na de Tweede Onderwijsnota verschijnt in 1958 het wetsontwerp-Wvo.4
Rapport-Op de Coul 1957: te veel vakken/Cie-Westerveld: meao inrichten
Het in 1957 verschenen rapport-Op de Coul over de ‘overlading van vakken in het vhmo’ concludeert dat er sprake is van ‘te veel vakken en […] daardoor te weinig diepgang in de curricula’.5 De voorstellen kunnen voor de positie van staatswetenschappen en recht bedreigend zijn. De commissie-Westerveld adviseert in 1957 voor de inrichting van het meao over het onderwijs in de economisch/ juridische vakken voor functies bij overheid en bedrijfsleven.6 Op de meao vormen privaat- en publiekrecht mede de kernvakken.
Eerste Kamer: eigentijdse staatsburgerlijke opvoeding 1957
Bij de behandeling van de begroting van het ministerie van OKW is in de Eerste Kamer aangedrongen op het opnemen van staatsburgerlijke opvoeding in het curriculum: ‘Het onderwijzen van staatsinrichting alleen is onvoldoende en niet het belangrijkste; het gaat om het toerusten van leerlingen met een democratische houding’, is de algemene opvatting in de Senaat.7 Het zou nog tot de invoering van de Wet op het voortgezet onderwijs in 1968 duren, voor met de vakken geschiedenis en staatsinrichting, en maatschappijleer de voorwaarden zijn geschapen voor herkenbare en werkbare staatsburgerlijke en maatschappelijke vorming.8