Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/6.3.3:6.3.3 Conclusie stap 2
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/6.3.3
6.3.3 Conclusie stap 2
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685365:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Sinds de Dakterras-uitspraak bestaat meer dan voorheen de erkenning dat ook uitlatingen van onbevoegde overheidsfunctionarissen kunnen worden toegerekend aan het beslissingsbevoegde bestuursorgaan. Of sprake is van een dergelijke toerekening, wordt getoetst aan de hand van het criterium van ‘goede gronden’, dat met name wordt ingevuld door de deskundigheid en de positie binnen de organisatie van de betreffende overheidsfunctionaris. Hoewel de Afdeling wel heeft overwogen dat op uitlatingen van medewerkers die gelet op hun positie geen specifieke deskundigheid bezitten niet mag worden vertrouwd, is in de (lagere) rechtspraak wel aangenomen dat ook in geval van uitlatingen van dergelijke medewerkers sprake kan zijn van toerekening van die uitlating aan het bevoegde bestuursorgaan. Ook bij deze stap zou de bestuursrechter meer aan de hand van de concrete omstandigheden kunnen en moeten beslissen of de uitlating aan het bevoegde bestuursorgaan kan worden toegerekend. Daarbij kan de wettelijke bevoegdheidsverdeling weliswaar voorop staan en als startpunt dienen, maar het contact met de overheid is nu eenmaal zo ingericht, dat een willekeurige burger niet met bijvoorbeeld het voltallige college van B&W aan tafel zal zitten. Die fysieke realiteit kan nader worden weerspiegeld in de rechtspraak. Ik heb in dat kader ook verwezen naar het fiscale recht, waar de bevoegdheidsproblematiek niet speelt.
Op het niveau van onbevoegde uitlatingen door bestuursorganen zelf, zal het gelet op de machtenscheiding vrijwel nooit zo zijn dat uitlatingen van het ene orgaan kunnen worden toegerekend aan het andere orgaan.