Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/6.3:6.3 Stap 2: Is de uitlating afkomstig van of toerekenbaar aan het bevoegde bestuursorgaan?
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/6.3
6.3 Stap 2: Is de uitlating afkomstig van of toerekenbaar aan het bevoegde bestuursorgaan?
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685410:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over verschillende wijzen van contact bijv. Damen 2018b onder 5 en 6.
Zie bijv. conclusie A-G Wattel over het vertrouwensbeginsel in het omgevingsrecht, ECLI:NL:RVS:2019:896, onder 3.3, waar hij opmerkt dat het bevoegd gezag in de praktijk ontoegankelijk is voor gewone burgers en bedrijven doordat het afgeschermd wordt door niet-bevoegde ambtenaren en loketten en formulieren en websites. Groot & Damen 2019 merken onder 4.1 op dat een burger niet snel contact heeft met het bevoegde bestuursorgaan.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het aannemen van gerechtvaardigd vertrouwen moeten de verwachtingen waarop belanghebbende zich beroept zijn gewekt door het bestuursorgaan dat bevoegd is om het in het vooruitzicht gestelde besluit te nemen, dan wel de belanghebbende moet op goede gronden in de veronderstelling verkeren dat de persoon van wie de uitlating afkomstig is de opvatting van het bevoegde orgaan vertolkt. Bij deze stap lopen het burgerperspectief en bestuurlijke perspectief opnieuw uiteen: een ‘gemiddelde’ burger weet niet wie of wat het bevoegde bestuursorgaan is en zal bijvoorbeeld de op een site van de overheid aangegeven ‘helpdesk’ contacteren of naar het informatieloket van de gemeente gaan.1 Hij zal dan snel denken dat hij (al dan niet indirect) te maken heeft met het bestuursorgaan dat het besluit moet nemen. Het is belangrijk voor ogen te houden dat het contact met de overheid op een wijze is ingericht die tot gevolg heeft dat een burger vrijwel nooit met het bevoegde bestuursorgaan aan tafel zal zitten.2
6.3.1 Het goede gronden criterium6.3.2 Toerekening in strijd met wettelijke bevoegdheidsverdeling6.3.3 Conclusie stap 2