Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/6.7.5
6.7.5 Eventuele gevolgen van recente jurisprudentie voor deze advertenties
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949809:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:914 en Rb. Rotterdam 13 februari 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:915, JOR 2023/105, m.nt. A.M.M. Menken; PJ 2023/39, m.nt. S.H. Kuiper; Van Wijk, Vervuurt en Hamelijnck, VAST 2023/B-012; Pensioenrecht Updates 2023/30 (Eisers/DNB).
Geciteerd in hoofdstuk 1.4.
In de uitzending van zaterdag 8 april 2023 werd aandacht besteed aan deze twee uitspraken.
Zie https://www.bnnvara.nl/kassa/artikelen/pensioendeelnemers-woedend-over-pensioentekorten-als-gevolg-van-fusie.
R.o. 4.12.
De uitspraken van de Rechtbank Rotterdam gaan juist over verzet op grond van de Wft-regeling voor portefeuilleoverdracht.
Rb. Den Haag 21 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:2195; JIN 2019/67, m.nt. M. Poelsema; Rechtspraak Notariaat 2019/51; JONDR 2019/462; JOR 2019/131, m.nt. H. Koster (Optas). Zie ook Koster, Juridische Berichten voor het Notariaat februari 2020, p. 11-13.
De twee uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 13 februari 2023
In hoofdstuk 1.4 besprak ik de twee uitspraken van de Rechtbank Rotterdam van 13 februari 2023 waarin de rechtbank oordeelde over het instemmingsbesluit van DNB over de juridische fusie van Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering.1 De rechtbank oordeelde in rechtsoverweging 4.112 dat DNB met haar opdracht aan Optas/Aegon om van de voorgenomen portefeuilleovergang mededeling te doen in de Staatscourant en in de Telegraaf, het Algemeen Dagblad en de Volkskrant onvoldoende oog heeft gehad voor het belang van de polishouders en dus een onjuiste toepassing heeft gegeven aan art. 3:119 lid 1 Wft. Vervolgens geeft de rechtbank in rechtsoverweging 4.12 een oordeel over de inhoud van die advertenties:
“Wat betreft de inhoud van de mededeling stelt de rechtbank vast dat de door Optas/Aegon aan DNB op grond van artikel 2, aanhef en onder b, van het Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft overgelegde ontwerpteksten overeenkomen met de voorbeeldteksten die zijn opgenomen in de bijlagen bij de onder 4.10 bedoelde brochure en ongewijzigd zijn geplaatst in de Staatscourant en in de drie dagbladen. Met eisers is de rechtbank van oordeel dat de polishouders, voor zover deze mededeling hen al heeft bereikt, hiermee niet deugdelijk zijn geïnformeerd over de voorgenomen portefeuilleovergang. Weliswaar volgt, anders dan eisers menen, uit artikel 3:119, eerste lid, van de Wft niet dat bij de mededeling over de voorgenomen portefeuilleovergang een gedetailleerd inzicht moet worden gegeven in de (eventuele) gevolgen daarvan, maar dit neemt niet weg dat, als de door de verzekeraar overgelegde ontwerpteksten informatie over die gevolgen bevatten, DNB bij de beoordeling daarvan in het belang van de polishouders erop moet toezien dat deze informatie objectief en evenwichtig is, alvorens aan de levensverzekeraar de opdracht te geven als bedoeld in artikel 3:119, eerste lid van de Wft. Daarin is DNB in dit geval tekortgeschoten. Hoewel de solvabiliteitsratio van Aegon ten tijde van de fusie aanmerkelijk lager was dan die van Optas én Aegon niet beschikt over het fiscale voordeel dat Optas had (vrijstelling van vennootschapsbelasting), is in de publicaties in de Staatscourant en de genoemde dagbladen over de gevolgen van de portefeuilleovergang alleen maar opgemerkt dat deze overgang geen enkele wijziging brengt in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan en dat de polissen dus onverminderd en ongewijzigd van kracht blijven. Dit wekt de suggestie dat de polishouders geen enkel belang hebben om zich te verzetten tegen de portefeuilleovergang. Het is voorstelbaar dat de polishouders in de lagere solvabiliteitsratio van Aegon en de afwezigheid van het fiscale voordeel bij Aegon reden zien om zich, al dan niet na het inwinnen van nadere informatie daarover, te verzetten tegen de voorgenomen portefeuilleovergang. Dat Aegon ruimschoots voldoet aan het wettelijke solvabiliteitskapitaalvereiste en dat DNB in het ontbreken van het fiscale voordeel bij Aegon geen bedenkingen ziet die aan de portefeuilleovergang in de weg staan, wat daarvan ook zij, maakt dit niet anders. In de verzetprocedure moeten de polishouders hun eigen afweging kunnen maken.”
Eventuele gevolgen voor advertenties
DNB zal haar beleid naar aanleiding van deze uitspraken moeten aanpassen. Opdrachten van DNB op grond van art. 3:119 lid 1 Wft aan een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar, en mogelijk ook die op grond van art. 3:120 lid 2 Wft aan een schadeverzekeraar, zullen vaker gaan inhouden dat individuele kennisgevingen moeten worden verstuurd. Mogelijk zal DNB ten aanzien van opdrachten aan een levensverzekeraar of natura-uitvaartverzekeraar nog verder gaan dan dat. In een schriftelijke reactie aan het tv-programma Kassa3 stelt DNB namelijk:
“Naar aanleiding van de uitspraak in de Optas-zaak hebben we besloten om ons beleid inzake de bekendmaking van voorgenomen portefeuilleoverdrachten aan te passen. Bij toekomstige portefeuilleoverdrachten/fusies zullen we erop toezien dat verzekeraars polishouders persoonlijk informeren over hun verzetrecht. Ook zullen we erop toezien dat daarbij objectieve en evenwichtige informatie wordt verstrekt over de gevolgen van een portefeuilleoverdracht en dat significante bijzonderheden daarbij worden vermeld.”4
De DNB Toelichting 2019 met voorbeeldteksten voor de publicaties is echter nog steeds op de website van DNB te vinden. Overigens is door Aegon ook hoger beroep ingesteld tegen deze twee uitspraken.
Bovendien wordt in de uitspraken van de rechtbank strikt genomen niet geoordeeld dat advertenties in landelijke dagbladen bij portefeuilleoverdrachten van levensverzekeringen of natura-uitvaartverzekeringen in geen enkel geval als deugdelijke informatievoorziening beschouwd kunnen worden. Ik begrijp deze uitspraken van de Rechtbank Rotterdam namelijk zo dat de voorbeeldteksten van DNB voor advertenties alleen maar gebruikt zouden mogen worden indien aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan:
De standaardtekst “De voorgenomen overdracht brengt geen enkele wijziging in de voorwaarden waaronder de overeenkomsten van levensverzekering zijn aangegaan. De polissen blijven dus onverminderd en ongewijzigd van kracht.” is juist.
Er kunnen door de portefeuilleoverdracht geen zodanig nadelige financiële gevolgen in de positie van verzekerden optreden dat het voorstelbaar is dat de polishouders zich daartegen willen verzetten.
Door de combinatie van rechtsoverweging 4.11 en 4.12 veronderstel ik dat de rechtbank van mening is dat indien er wél zodanig nadelige financiële gevolgen in de positie van verzekerden kunnen optreden dat het voorstelbaar is dat de polishouders zich daartegen willen verzetten, dat er dan een individuele kennisgeving verzonden moet worden. In het geval van de fusie tussen Optas en Aegon was er naar ik begrijp sprake van een fiscale vrijstelling waarop Optas wel aanspraak kon maken en Aegon niet. Ik veronderstel dat dit verschil tot gevolg zou kunnen hebben dat opbrengsten van beleggingen op grond waarvan verzekeringsuitkeringen worden berekend na de juridische fusie netto lager zijn. Anders begrijp ik de relevantie voor polishouders en verzekerden niet. De opmerkingen van de Rechtbank Rotterdam over de solvabiliteitspositie5 gaan meen ik uit van een onjuist idee van wat de solvabiliteitskapitaalratio van een verzekeraar inhoudt. Ik verwijs daarvoor naar hoofdstuk 5.6.3. Daar besprak ik de uitspraak van de Rechtbank Den Haag over verzet op grond van de Boek 2 BW regeling over juridische fusie6 tegen de voorgenomen juridische fusie van Optas en Aegon door een polishoudster van Optas.7 Dat de solvabiliteitsratio van Aegon aanmerkelijk lager was dan die van Optas is als zodanig geen reden tot zorg voor een polishouder. De Rechtbank Den Haag zet uiteen dat de Solvency II-ratio van Aegon zeer ruim uitkomt boven de door DNB aangehouden norm van 100%. Een Solvency II-ratio van 100% betekent volgens DNB dat een verzekeraar zoveel kapitaal heeft dat hij na een zware schok die naar verwachting eens in de 200 jaar voorkomt nog steeds in staat is om zijn verplichtingen te voldoen. Ook al was de solvabiliteitsratio van Aegon lager dan die van Optas, er was geen sprake van reële twijfel omtrent de mogelijkheden tot voldoening van de vordering na de fusie. Het verzet werd daarom afgewezen.
Totdat DNB eventueel een geactualiseerde versie van de toelichting bij de aanvraagformulieren publiceert, is het dus nog afwachten welk beleid DNB wat dit betreft uiteindelijk gaat voeren.