Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.3.a.i:7.3.3.a.i Algemeen
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/7.3.3.a.i
7.3.3.a.i Algemeen
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS602310:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hierover Bulten (2011), p. 250-253.
Evenzo Van Vliet (1999), p. 40.
OK 29 oktober 1998, Ondernemingsrecht 1999, p. 83 (Van der Giessen-De Noord); OK 5 november 1998, Ondernemingsrecht 1999, p. 83 (Holland Sea Search). Evenzo Van der Grinten (1992), nr. 356. In beide uitspraken wordt de term ‘royement’ gebruikt, deze term is sinds 2002 vervangen door de term ‘doorhaling’, zie Asser Procesrecht/Van Schaick 2011/160.
OK 10 juni 1999, Ondernemingsrecht 1999, p. 83 (Pays-Bas Property Fund).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op verschillende manieren kunnen tijdens een uitkoopprocedure aan de zijde van de gedaagden mutaties voordoen. Een gedaagde kan zijn aandelen na het moment van dagvaarding overdragen. Hij blijft gedurende de procedure beschikkingsbevoegd over zijn aandelen. De uitkoopregeling kent anders dan de geschillenregeling geen vervreemdingsverbod. Voor de geschillenregeling bepaalt art. 2:338 BW dat een gedaagde vanaf het moment van dagvaarding zijn aandelen slechts kan vervreemden of bezwaren met toestemming van de eiser, dan wel met toestemming van de rechter.1
Voor de uitkoopregeling is een dergelijk verbod naar mijn mening niet mogelijk, omdat een vordering tot uitkoop – anders dan de geschillenregeling – ook kan zien op aandelen aan toonder. Hiervan zijn de houders veelal niet bekend en is evenmin te controleren of en aan wie de aandelen gedurende procedure zijn overgedragen. Een vervreemdingsverbod is voor de uitkoopregeling dus simpelweg niet te handhaven.2
In het geval de gedaagde zijn aandelen gedurende de procedure vrijwillig aan de uitkoper overdraagt, wordt de zaak ten aanzien van hem op grond van art. 246 en 247 Rv doorgehaald op de rol.3 Hetzelfde geldt voor de overdracht aan een andere, reeds opgeroepen, aandeelhouder. De uitkoper kan op zijn beurt de vordering tot uitkoop gedeeltelijk intrekken of op de voet van art. 249 Rv afstand doen van instantie.4 Dit ligt anders indien de gedaagde zijn aandelen gedurende de procedure aan een ander dan de uitkoper overdraagt (zie hierna onder ii).