Einde inhoudsopgave
E-arbitrage (BPP nr. VI) 2009/3.1
3.1 Internationale eisen aan een arbitrageovereenkomst
Mr. J.P. Fokker, datum 04-05-2009
- Datum
04-05-2009
- Auteur
Mr. J.P. Fokker
- JCDI
JCDI:ADS396748:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 11 luidt: '1. Each Contracting State shall recognize an agreement in writing under which the parties undertake to submit to arbitration all or any differences which have arisen of which may arise between them in respect of a defined legal relationship, whether contractual or not, concerning a subject matter capable of settlement by arbitration. 2. The term 'agreement in writing' shall include an arbitral clause in a contract or an arbitration agreement, signed by the parties or contained in an exchange of letters or telegrams. 3. The court of a Contracting State, when seized of an action in a matter in respect of which the parties have made an agreement within the meaning of this article, at the request of one of the parties, refer the parties to arbitration, unless it finds that the said agreement is null and void, inoperative or incapable of being performed'.
Art. V noemt vervolgens een aantal gevallen waarin erkenning en tenuitvoerlegging kan worden geweigerd, maar het bewijs dat zo'n geval zich voordoet moet worden geleverd door de partij die zich erop beroept.
In de loop der jaren zijn internationaal gemeenschappelijke opvattingen ontstaan over de eisen waaraan een arbitrageovereenkomst moet voldoen. Deze hebben een belangrijk effect gehad op de Nederlandse wetgeving. Daarom nu eerst enige opmerkingen over die internationale opvattingen en daarna (in 3.5) meer over de Nederlandse wetgeving.
Eén van de eerste verdragen op het gebied van arbitrage was het Protocol van Genève van 1923, gevolgd door het Verdrag van Genève van 1927, dat de tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen betrof. Het belangrijkste Verdrag op het gebied van arbitrage zou echter volgen in 1958, het Verdrag van New York (The New York Arbitration Convention of 1958). Het verdrag begint met het regelen van de erkenning en de tenuitvoerlegging van arbitrale overeenkomsten en voorziet vervolgens ook in de internationale tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen die voldoen aan de eisen van het verdrag. Het verdrag is een groot succes: inmiddels hebben meer dan 140 landen het verdrag aanvaard.
In 1975 werd het Verdrag van Panama, gemodelleerd naar het Verdrag van New York, getekend door een aanzienlijk aantal Latijns-Amerikaanse Staten. Daarmee werd een volgende stap gezet in de erkenning van arbitrage als gevestigde methode van geschilbeslechting.
Het effect van deze en andere verdragen op het gebied van arbitrage is geweest dat op een gegeven moment een algemeen aanvaard idee is ontstaan aan welke eisen een arbitrageovereenkomst moet voldoen (immers: geen arbitrage zonder overeenkomst).
Deze zijn als volgt vastgelegd in art. II.1 van het Verdrag van New York.1
De overeenkomst moet schriftelijk zijn ('an agreement in writing');
De overeenkomst moet een bestaand of toekomstig geschil betreffen ('all or any differences which have artsen of which may arise between them');
Dit geschil moet een bepaalde, al dan niet contractuele, juridische relatie ('a defined legal relationship') betreffen; en
Het geschil moet vatbaar zijn voor arbitrage ('capable of settlement by arbitration').2